Waarom een jobtitel geen vrouwelijke versie nodig heeft

Feminists
Feminist of feministe: wat maakt het eigenlijk uit?

In onze rijke en vaak beschamende westerse geschiedenis is er dikwijls gestreden, en dan vooral door de minderheden voor hun rechten, tegen het oude blanke mannelijke establishment (want we leven nu eenmaal in een Disneyfilm). Vreemd genoeg ook door de ‘minderheid’ vrouwen, die, in feite, de meerderheid van de wereldbevolking zijn. Elke periode van hun strijd bracht een uitdaging met zich mee, zoals de uitdaging om dezelfde job te krijgen als mannen: directeur, dokter, advocaat, leraar. Een uitdaging die mannen nooit moesten aangaan want piemel, maar eentje die vrouwen intussen wel hebben waargemaakt.

Jammer genoeg is er iets scheefgelopen in die wissel. Op taalniveau zelfs. Mannen wisten immers niet hoe ze die vreemde werkende mensen nu in hemelsnaam moesten benoemen. Gelukkig vonden ze een oplossing: vrouwen werden lekker geen directeur, dokter, advocaat of leraar, maar wel directrice, dokteres, advocate of lerares.

Vraagje. Is een job, beoefend door een vrouw, de job zelf – of de job plus het vrouw-zijn? Of is het gewoon … de job? Of de vrouwelijke versie van de job? De job plus tieten? De job plus tampons kopen? De job plus geilen op ‘kontjes’? De job plus hoge hakken dragen en er dan over klagen?

Moet je überhaupt weten of de job wordt beoefend door een man of een vrouw? Is dit relevant? Wanneer een persoon de job heeft, wil dat dan niet impliciet (of zelfs expliciet) zeggen dat deze persoon bekwaam is?

Verdomme, doen vrouwen nu dezelfde job of niet?

Ik dacht het toch even wel, ja. Daarom: als vrouwen dezelfde job doen als mannen, moet daar ook dezelfde jobtitel voor bestaan. Want dus we doen dezelfde job.

Nu nog hetzelfde loon.

16 manieren om een vrouw te beledigen

We_Can_Do_It!

Als je onze dagelijkse scheldwoorden mag geloven, bestaan er twee soorten man: de slechterik en de goedzak. Die eerste is de klootzak, de rotzak, de lul, de rotvent, de mossel, de hufter (gebruikt iemand dat woord ooit?), de gladjanus, de haai, de smeerlap. Woorden die op hetzelfde neerkomen: deze man deugt niet. De goedzak heet gewoon ‘man’. Of ‘goedzak’ dus. Simpel. Goed en slecht.

Wanneer het op vrouwen aankomt, zijn we nogal wat inventiever in onze scheldwoorden. Het lijkt bijna alsof vrouwen meer nuances in hun persoonlijkheden hebben. En elk van die nuances kan worden beledigd! Via taal! Hier een beknopt overzicht van verschillende specifieke scheldwoorden in oplopende volgorde van vreselijkheid:

Straffe madame / sterke vrouw: de vrouw die ondanks haar vagina toch grootse dingen heeft verwezenlijkt.

Feminist: de vrouw die seksisme niet zomaar weglacht en dus zuur is.

Huisvrouw: de luie vrouw die geen carrière aankan en alleen maar een huishouden runt.

Kweker: de vrouw die kindjes wil en zich beter zou verantwoorden voor haar biologische drift.

Seut: de vrouw die geschokt is door het platvloerse ‘geflirt’ van hufters.

IJskonijn: de vrouw die ostentatief weigert mee te flirten.

Stresskonijn: de vrouw die nerveus is omdat het leven soms uitdagingen brengt die ze op dat moment niet helemaal aankan. (wat is het met die konijnen?)

Wicht / dom wicht: de naïeve vrouw die met open ogen in vallen trapt.

Huppelkut: de vrouw die met alle mopjes van mannen lacht en gretig meeflirt.

Ouwe vrijster: de vrouw die geen kindjes wil en oud zal worden en zich beter zou verantwoorden voor het gebrek aan haar biologische drift.

Trut: simpelweg de stoute vrouw.

Del: de vrouw die decolletés draagt of korte rokjes of beide.

Slet: de vrouw die decolletés draagt of korte rokjes of beide en ook geniet van het lichaam van een ander.

Hoer: de vrouw die decolletés draagt of korte rokjes of beide en ook geniet van het lichaam van een ander, en een sterk zakelijk instinct heeft daarbovenop.

Bitch: de vrouw die carrière maakt en daarbij even agressief is als een cliché zakenman.

Kutwijf: de vrouw die andere vrouwen beledigt met bovenstaande beledigingen.

 

Het is ook nooit goed!

Kunnen we stoppen met? (Vrouwendag special)

Deze vrouw heeft er af en toe schoon genoeg van. Hieronder enkele zaken die mogen stoppen, ter ere van de Nationale Vrouwendag. Want het is 2015:

Kunnen we allemaal stoppen met doen alsof een naakt vrouwenlijf zo schokkend is? De helft van de wereldbevolking heeft er eentje en de andere helft heeft er al eens eentje gezien, al was het dat van z’n moeder.

Kunnen vrouwenmagazines stoppen met die gemixte boodschap van “je bent perfect zoals je bent” te combineren met “verlies nu die homp vet waarvan je nog niet eens wist dat je ze had zodat je billen elkaar niet raken wanneer je rondwandelt”?

Kunnen kledingwinkels stoppen met hun maten gaandeweg te verkleinen? Ik heb het wel door.

Kunnen seksbommen die ouder worden, stoppen met het bekritiseren van jonge seksbommen?

Kunnen we stoppen met vrouwelijke atleten ‘mannelijk’ te noemen? Wat betekent ‘mannelijk’? Zien alle mannen er dan ‘mannelijk’ uit?

Kunnen we stoppen met neerkijken op prostituées? En ons misschien focussen op het helpen van de slachtoffers van die industrie?

Kunnen we stoppen met vrouwen te laten opdraaien voor de kosten van een gemeenschappelijk doel als contraceptie?

Kunnen we stoppen met een vrouw te verwijten dat ze haar regels heeft, wanneer ze eventjes kwaad wordt?

Kunnen we stoppen met volgende termen te zeggen: een harde tante, een veelzijdige tante, geen katje om zonder handschoenen aan te pakken, een straffe madame; wanneer een vrouw niet ontzettend lief doet de hele tijd? Bah.

Kunnen we stoppen met elke vrouw die spreekt met haar stem, te bestempelen als “niet op haar mondje gevallen”?

Kunnen we stoppen met babbelen over wat vrouwen aanhebben, gaande van een hoofddoek naar hotpants?

Kunnen we stoppen met babbelen over hoeveel vrouwen mogen drinken voordat ze van slachtoffer naar “ze heeft het zelf gezocht” overgaan?

Kunnen we stoppen met babbelen over waarover anderen babbelen wat vrouwen aangaat, en gewoon allemaal ons leven leiden?

Stop het. Dankjewel. En een fijne Nationale Vrouwendag, iedereen!

Mijn held Iris

Held zijn is net als dame zijn: als je moet zeggen dat je het bent, dan ben je het niet. Ik weet niet zeker of Iris een dame is. Maar ze is een held.

In onze tienerjaren kwam haar heldhaftigheid in de vorm van brutaliteit bovendrijven. Toen ze een grote mond opzette tegen onze leraar biologie. “Noemen ze dàt lesgeven,” daar had hij niet van terug. Iris heeft boven alles een grote mond. Maar die mond zette ze ook op tegen mijn persoonlijke beulen, die volgens haar geen recht hadden van pesten want zij hadden ook maar een dikke kont en geen tieten. Daar hadden zij niet van terug. En ik deed alsof ik mijn boek las en gloeide van dankjewel. Maar ik zei het niet, want ze wist het wel.

Ze wist eveneens wat mij aan het schaterlachen bracht, zodat ik de beulen en mijn algemene tiener-malaise vergat. Zo gierden we dag en nacht, aan de telefoon en samen in pyjama, op het strand, high in het bos en achteraan in de klas, tot we onze kaakspieren verwensten en zelf verwenst werden door onze omgeving, met name onze leraars. Met name die van biologie. Een held doet je lachen. Een échte held staat samen met je op een podium, om te grappen over de meest misselijkmakende rotzooi die je ooit in het gezelschap van een pint bier hebt bedacht. Heel het jeugdhuis van Oudergem wist toen dat Iris brutaal was. Maar niet noodzakelijk een dame.

Helden kunnen heerlijk koken op het juiste moment. Ze bakte me een eitje met veel peper, toen ik kwam aankloppen met het nieuws dat mijn vader leukemie en ik honger had. Ze keek hoe ik het opat en keek niet weg toen ik haar vertwijfeld aanstaarde. Echte vriendinnen kijken niet weg. Ze vragen of je nog een portie wilt.

Mijn vriendin Iris wordt ’s nachts zelfs een superheld, in elke grote betekenis van het kleine woord. Wanneer ze in de gaten krijgt dat een medevrouw wordt bedreigd in een donkere straat, marcheert ze er met doodsverachting op af en veinst ze een eeuwenoude vriendin te zijn, zodat de medevrouw dankbaar met haar kan vluchten. Een echte vriendin is een vriendin van mij en van alle vrouwen.

Zij is mijn vriendin. Zij is een echtgenote en een moeder. Een dame – dat is zelfs niet aan de orde. Maar vandaag mag ze van mij zeggen dat ze een held is.

Zijn vrouwen nu grappig of niet?*

Mensen die onderzoeken of vrouwen grappig zijn, verdienen een speciale plek in de hel. Ze bestuderen vrouwen als loslopend vee in hun natuurlijke biotopen – op de werkvloer en in sociale kringen – en meten op of ze hun publiek kunnen doen lachen. Wie kan er immers beter over humor oordelen, dan onderzoekers? Steeds wijst zo’n onderzoek uit dat ‘de mannen’ grappiger zijn. Wat een kaakslag.

Ik vraag me af hoe sommige onderzoekers hun diploma’s haalden. Ze wijden hun leven aan het onzichtbare verschil tussen mannen en vrouwen en negeren daarbij de verschillen tussen mannen onderling en vrouwen onderling.

blabla
Alle vrouwen blijken hetzelfde? GENIAAL.

Naast het feit dat de premisse van dit soort onderzoek al hopeloos seksistisch en subjectief is, zegt het resultaat natuurlijk impliciet dat ‘de vrouwen’ sukkels zijn, want de redenen voor hun gebrek aan humor zijn altijd “onzekerheid”, “geen gezag” en ergens verloren tussen de lijntjes waarschijnlijk “ze had haar regels”.

“Ze heeft een ander soort humor”, “ze heeft wel wat beters te doen” en “ze kan haar collega’s niet uitstaan” zie ik nergens staan.

Moderne misogynie. Als ‘wetenschappers’ toch bezig zijn met nutteloos onderzoek (waarschijnlijk nog op kosten van de belastingbetalers!), waarom vragen ze zich niet eens af of mannen grappig zijn? Of katholieken? Of Brusselaars?

Laat ons samen onderzoeken welk deel van de bevolking grappig is. En laat ons het grondig doen. We kijken niet alleen naar geslacht, maar ook naar godsdienst, geaardheid, afkomst, leeftijd, gezondheid en regio. Eindelijk zullen we weten of een jonge lesbische West-Vlaamse atheïst met een keelontsteking grappiger is dan een katholieke bejaarde Antwerpse rolstoelpatiënt met bindingsangst. We roepen de winnaars uit. En dan praten we er nooit meer over. Afgesproken?

 

* Ik wilde het eerst niet doen, maar hier gaan we: Tina Fey, Amy Poehler, Julie Delpy, Meryl Streep, Doon Mackichan, Fiona Allen, Sien Eggers, Sarah Alexander, Chelsea Handler, Frieda Van Wijck, Tine Embrechts, Sarah Silverman, Joan Rivers, Natasha Leggero, Wanda Sykes, Betty White, Sofia Vergara, Julia Louis-Dreyfus, Cherry Chevapravatdumrong, Ruby Wax, Tania Van der Sanden, Jennifer Saunders, Rebel Wilson, Jennifer Lawrence, Lena Dunham, Jackee Harry, Jane Krakowski, Susie Essman, Maya Rudolph, Ellen DeGeneres, Estelle Harris, Kristen Wiig, Amy Sedaris, Astrid Bryan (in alle ernst), Barbara Sarafian, Clara Cleymans, Nathalie Meskens en ik. Ik ben grappig.

Mijn koninkrijk voor een toilet

holding-pee

Plassen is een basisrecht. Nee, een basisdwang – dat weet iedereen die al heeft zitten schuiven op het puntje van zijn stoel in een donkere cinemazaal. Ikzelf heb zo destijds het einde van Titanic gemist, tot ongenoegen van de vele koppeltjes die geen sorry wilden horen bij het passeren.

Ik denk dat het met al dat water was. Later hoorde ik *SPOILER* dat Jack doodgevroren was en speet het mij dat ik daar niet was bijgeweest.

Soit. In de bioscoop moet je betalen om te zitten op warme WC-brillen in een air van tweedehandse lucht en verstikkende deodorants. Van horen zeggen is dat illegaal, maar we hebben respect en vijftig cent voor een geblondeerde dame wiens leven bestaat uit zeepjes, accidentjes en natte vloeren. En de hele tijd gewoon achter een wit tafeltje zitten, blijkbaar. Maak het eens mee om geen wisselgeld op zak te hebben, dan mág je helemaal niet plassen. Zeg dat maar tegen je blaas: “Niet nu!”. Aanschouw dan zelf in hoeverre die tot rede vatbaar is.

Smeken om te plassen is een dieptepunt voor elke vrouw. Mannen gaan lekker wildplassen. Maar voor een vrouw is wildplassen hetzelfde als een openbaar gyneacologisch onderzoek. Het moet dus stiekem, daar in donkere hoekjes waar aanvallers en schurken loeren. Een vrouw met haar rits in de aanslag, zoekend naar een net en privaat plekje.

Wat moet ze anders doen?

In café’s moet ze iets drinken om er te mogen plassen, wat ironisch is want ze is er nu net om zich te ledigen – dat is gewoon het probleem in stand houden. Openbare toiletten in tankstations, luchthavens en cinema’s zijn een verschrikking waar drie lagen papier op de bril niet volstaan om haar van de nakende herpes te beschermen. En ze moet er nog voor betalen ook. Om maar te zwijgen over de lange wachtrijen waar uitzonderingen niet gelden want eerlijk is eerlijk. In winkels wordt ze afgewimpeld als een zwerver, zelfs wanneer ze zwaait met een tampon. Hoe dúrft ze moeten plassen in ons deftig etablissement. Het léf om een biologische drang te hebben.

Ondertussen traint ze wel haar bekkenbodemspieren en dat is altijd nuttig, zo las ik in een brochure.

De enige gratis toiletten blijken hun geld waard. Groene plastic monsters waarin ze wel degelijk toiletpapier vindt – ofwel doorzichtig op de vloer ofwel in dat vervloekte (verdacht natte) pissijntje.

Ze kan anders ook even naar Amsterdam gaan, waar speciale openbare toiletten gebouwd zijn met een leuk winkeltje eraan, en een leuke toiletdame. Leuk is het kernwoord. Het zijn kraaknette, oerfrisse dromen van toiletten badend in een fontein van wit licht en ontroerende opluchting.

In België blijf ik ondertussen dromen. Ook van beter weer trouwens. Maar mooie en vooral véle toiletten, dat zou mijn zonnetje al doen schijnen.

Faux pech tijdens een sollicitatie

Geishas

In mijn gevaarlijke zoektocht naar opdrachten en werk kom ik vele hindernissen tegen. Het is crisis, ze zoeken geen copywriter of ze zoeken geen copywriter zoals ik. En heel, heel soms, gooi ik zelf mijn eigen ruiten in.

Mijn cv en portfolio zijn steeds netjes voorbereid, maar over het gesprek zelf maak ik me nooit zorgen. Ik maak me sterk dat mijn innemende persoonlijkheid voldoet om een leuk gesprek aan te gaan. Ik was immers een barvrouw, en barvrouwen kunnen met iedereen praten. Algemene kennis. Zoals geisha’s! Maar dan zonder geilende oude mannen. Wacht. Ik bedoel in de reclame. Euh, soit.

Innemende persoonlijkheid.

Ik rechtvaardig mijn ondoordachte woordspuwen met mijn glimlach. De luxe van het jong-zijn. Of het vrouw-zijn? Ik ben beide, dus denk ik overal mee weg te komen. Grappig hé? Toch ben ik al minstens één persoon tegengekomen die het zowaar niet grappig vond.

Mijn Art Director/lief en ik gingen destijds bij alle bureaus die ons wilden ontvangen langs. Dat heet netwerken. En het is niet voor mij weggelegd.

En op een dag kwamen we aan op een niet nader te noemen bureau. De receptioniste was vervangen door een affiche met een boezem in lingerie. Maatschappijkritiek of onversneden sexisme? Ik wist diep in mijn hart, dat het dat laatste was. Mijn partner maande me aan, rustig te blijven. De toon was gezet. We namen plaats in een ruime vergaderzaal met een glazen ovalen tafel. De Creative Director des huizes kwam verbeten en gefocust binnen. Toen hij onze namen hoorde, klaarde zijn gezicht op. Na enkele cliché-opmerkingen over de afkomst van mijn partner, die dan ook Zorko heet, richtte hij zich enthousiast tot mij. En het gesprek ging als volgt:

“Hanne! Komt dat van Hannelore?”

– “Ik mag hopen van niet!” (Ik-kom-met-alles-weg-glimlach)

“Fout antwoord. Mijn vrouw heet Hannelore”

– (schaterlach)

En zo geschiedde het, dat ik op enkele seconden tijd een brug verbrandde. Dat moet een record zijn. Ik poogde hem uit te leggen dat mijn onthaalmoeder me vroeger zo aansprak wanneer ik iets misdaan had en de naam Hannelore dus een negatieve connotatie had gekregen doorheen de jaren. Maar het was te laat. “En haar stem klonk dan altijd zo schel!”, probeerde ik nog.

Het verdere verloop van het sollicitatiegesprek was ongemakkelijk en onaangenaam. Gelukkig vertelde hij smalend dat zijn nieuwste aanwinst, een beginnend creatief team, verantwoordelijk was voor de boezemaffiche aan de receptie. “Hebben jullie het gezien? Zalig hé?”