7 flaters waaraan niemand ontsnapt

Ons lijf moddert soms maar wat aan. Begrijp me niet verkeerd, beste lezer, het is een prachtig instrument. Het kan dansen, eten, klaarkomen, lachen en wedstrijden winnen, wat allemaal geweldige verwezelijkingen zijn. Maar soms verraadt het ons, net wanneer we er alle vertrouwen aan gegeven hebben op onze rijpe leeftijd. En wanneer dat gebeurt, mag onze ziel het uitleggen aan onze omgeving.

NOU MOE
Ik heb het nog nooit iemand horen zeggen maar alla: NOU MOE!

Het overkomt iedereen, maar wanneer we alle controle over ons vervoersmiddel verliezen, is de schaamte toch nabij. Het hoeft zelfs geen grote storing te zijn. De duivel zit hem in de details, zoals bij:

1. Verslikken

Niets werkt meer ontwapenend dan jezelf verslikken met een publiek. Je dacht dat je huig wel begreep wat naar je slokdarm dan wel luchtpijp moest, maar je was mis. Eén druppel of kruimel is genoeg om je paarsaanlopend te doen kokhalzen, terwijl iedereen je een glas water aanreikt. Er valt dan niets anders op dan je leven te zien voorbij flitsen en hoesten tot het eruit is, tot je de eetlust van je omgeving finaal om zeep hebt geholpen. “Sorry,” zeg je dan met overslaande stem. Je tafelgenoten drukken je op het hart dat het in orde is, maar diep vanbinnen zullen ze dit moment met schadenfreude koesteren.

2. Slappe lach

De slappe lach op zich is heerlijk. Niet meer weten waarom je lacht, heeft iets aanstekelijks, hypnotiserends en gelukmakends. Het is de reactie van anderen die de ervaring volledig verpest en reduceert tot iets verwerpelijks. “Blijf er niet in hé,” raden ze je aan. “Niet vergeten ademen, Hanne,” wat een ongelooflijke afknapper is. Als je beseft wat er gebeurt, is het moeilijk om je nog te verliezen in het moment, wat net het leuke was.

3. Struikelen

Na al dat vallen tijdens de kindertijd, zouden volwassen mensen een uitstekende oog-voetcoördinatie moeten hebben. In werkelijkheid struikelen we elke week minstens drie keer (ik ben geen expert in statistiek) en elke keer is even hartbrekend. Struikelen op zich doet geen pijn, maar onze reactie erna toont veel over onze persoonlijkheid. Sommigen vloeken, sommigen kijken beschaamd rond, sommigen stappen gewoon door. Sommigen zoals ik krijgen de slappe lach. Wat alweer dubbel zo erg is.

4. Ronduit op je bek gaan

Struikelen is echter niets vergeleken met wat je ziel doormaakt wanneer je lijf stomweg valt in volle zicht van coole mensen. Als je valt heb je opnieuw een aantal keuzes: vlug rechtstaan en doorstappen, gaan rechtzitten en lachend rondkijken om jezelf te relativeren of – en deze raad ik aan – blijven liggen. Die laatste maakt het ernstiger dan het is zonder dat bijstaanders het doorhebben. Ze zullen je bezorgd helpen, in plaats van je na te wijzen en uit te lachen.

5. Je van richting vergissen

Je lijf weet goed genoeg welke richting het uit moet. Dan kom je een kennis of vriend tegen met wie je aan de praat raakt. Afhankelijk van die persoon geniet je van dit gesprek, waarna je na enkele verplichtingen (“Ik bel je nog!” of “We zullen binnenkort nog eens afspreken!”) verder op pad gaat. Tot je beseft dat je de foute kant opgaat. Teruglopen in de richting van je ontmoeting? Vergeet het, die persoon is nog te nabij. Dan maar een omweg met verwensingen aan eigen adres.

6. De foute tekst meezingen

Als je een normale mens bent, hou je van muziek. En hoe ergerlijk het ook moge zijn voor je medemens, meezingen hoort daar absoluut bij. Daar hoef je zelfs niet beschonken voor te zijn. Niets spreekt die liefde voor muziek echter meer tegen, dan de foute tekst uitroepen. Zo lijkt het alsof je niet weet wat je doet. Er valt moeilijk te herstellen van een tekstblunder, buiten grappend mompelen dat de zanger fout zat. Dan nog val je door de mand.

7. Een onbeantwoorde high five

Trachten te highfiven is een ongelooflijk risico, ik hoop dat iedereen dit beseft. 1 kans op 2 (nogmaals, ik heb zelfs geen statistiek gevolgd op school) blijft hij onbeantwoord. Je steekt je hand uit en wacht op bevestiging van je grootsheid – die er niet komt, bedoeld of onbedoeld. Je arm krimpt ineen en je hoopt dat niemand het gezien heeft. Dat is meestal wel zo, waarna je schaapachtig lacht bij oogcontact. Soms krijg je dan weer een high five maar wordt deze onverwacht gevolgd door een fist bump. Als je deze mist is het hek helemaal van de dam.

Laat ons allemaal begrip opbrengen voor elkaar. Laat ons deze euvels samen doorstaan. Of nee. Laat ons ons een kriek lachen, zolang wij de flater niet slaan.

Het meest beschamende moment van mijn leven*

14997327-two-whole-cantaloupe-melons-on-a-white-background

Ik geloof dat er geen verschrikkelijker fase in een mensenleven bestaat, dan de puberteit. De onschuld van de kindertijd vervaagt stilaan en maakt plaats voor een bewustwording van je omgeving, de anderen en vooral: van je lijf dat welig begint te tieren. Buiten je wil, starten verdraaide hormonen vanuit het niets met het hervormen van je lichaam, dat je tot nu toe zo goed had leren kennen. In die mate, dat je een vreemde wordt in je eigen spieren, huid, haar en nieuwe groeisels die je goed kent van op tv en de voorlichting op school, maar niet van in de spiegel.

Laat dat nu net de periode zijn waarin niets belangrijker lijkt, dan wat anderen van je denken. Schaamte en het belang van het cool-zijn doen hun intrede en dat vloekt met je gebrek aan motoriek en zelfkennis. Onze samenleving lost dit op door iedereen die dit doormaakt, samen in een klas te zetten. Dat schept een band, zou je kunnen argumenteren, maar in de realiteit worden enkel afschuwelijke taferelen geschapen. Want niet iedereen groeit aan hetzelfde tempo. Niet iedereen ziet er even leuk uit. Niet iedereen snapt zijn eigen lijfgeur. Nee, niet iedereen heeft van nature zijn gedachten op een rijtje. Of zijn tanden.

Als volwassen kunnen we terugkijken en lachen, al dan niet groen. We vergeten alle vreemdheid, gêne en de wreedheden van leeftijdsgenoten. Maar niet alles.

Ik zat in het vierde middelbaar of hoe ik het noemde: de vierde cirkel van de hel. Mijn lijf en ik waren het al een hele poos oneens geweest en tot overmaat van ramp kreeg ik opeens uitwassen onder mijn sleutelbeen. Niets te vroeg, dat wel, maar het was eigenlijk makkelijker zonder. Dat vind ik nu nog steeds. Van uitwassen kwamen zwellingen en tenslotte uitstulpingen. Net op tijd voor de dag van de klasfoto’s. Speciaal voor de gelegenheid had ik mijn lievelingsbloesje aangetrokken, dat toevallig erg dun, erg strak en erg huidkleurig was. Als jij denkt te weten hoe dit verhaal zal aflopen, dan heb je volkomen gelijk.

De groepsfoto namen we buiten op de speelplaats. Ik stond rechtop in de achterste rij, want ik was sinds een plotse groeistoot een van de grootsten van de klas geworden. Omdat mijn mede-tienermeisjes hielden van onoprecht enthousiasme, besloten we elkaar de armen om de schouders te slaan. Want we waren vriendinnen. Dat werd vooral duidelijk, de dag waarop de klasfoto’s waren toegekomen. Mijn pasfoto was prachtig, geen ontkennen aan. Dat sleutelbeen sprong er mooi uit. Helaas deden mijn uitstulpingen dat ook op de groepsfoto. Door de werking van schaduwen. Cirkelvormige schaduwen. Langs de andere kant ben ik blij dat het geen koude dag was. Maar ik zag er naakt uit – weliswaar zonder kersjes op de taart – en voelde me ook zo. Ik wou door de grond kunnen zakken, helemaal tot in Australië. Om het hoongelach dat door de speelplaats galmde niet meer te horen.

Dit is het dan, dacht ik. Dit zal me mijn hele leven lang achtervolgen. Als tiener denk je dat het leven stopt op twintig. Je weet nog niet dat het leven dan pas echt begint, en dat de meesten van die vriendinnen uit je klas in de marginaliteit zullen verzeilen.

Als je nog eens een tiener ziet, geef hem dan geen GAS-boete maar een fikse knuffel.

 

*tot nu toe