De 7 droogste gerechten ooit, gerangschikt naar schraalheid

Ooit kende ik iemand die frietjes at zonder saus. Hij zei dat saus op frieten voos was. Deze persoon is niet langer actief aanwezig in mijn leven. Ik kijk niet terug. Dwing me niet te kiezen tussen jou of mayonaise want je zal verliezen.

Hello darkness my old friend.

Nu de toon gezet is, wil ik het waanzinnig graag hebben over natheid!
‘Nat’ is, als tegenpool van ‘droog’, in één woord super. Op een niet-seksuele manier, benadruk ik graag (tenzij dat je ding is en dan zou ik verder lezen). Alles wat nat kàn zijn, màg – nee moet – nat zijn van mij. Zeker als we spreken over dingen die je in je lijf stopt. Opnieuw, dit gaat niet over seks. Ik heb het natuurlijk zoals altijd over: eten.

En wat maakt eten nat? Saus. Saus!

En SPEEKSEL.

Saus is de beste saus (ik ga dat trademarken voor mijn toekomstig sausboek dus poten af). Huisgemaakte mayonaise, of balsamico, of gewoon olijfolie, of pesto, marinara, salsa, chimichurri, gremolata, vinaigrette, mij best ketchup, looksaus, truffelroom, guacamole, tartare, jus, hollandaise – zelfs béarnaise in godsnaam, bah wie heeft ooit dragon ontdekt – is de beste saus (maar wel niet allemaal tegelijk).
Zelfs citroensap is de beste saus!

SAUSFRUIT
SAUSFRUIT.

En sommige gerechten bestaan vanzélf al uit saus, zoals rode curry met rijst, pasta cacio e pepe, pita met humus, kaasfondue, waarom niet wafels met krieken, allerhande stoofpotjes en uiteraard: soep. Soep is kei-nat. Die gerechten zijn mijn vrienden. Ik word er zo blij van.

Laat mij doen.

Maar! Er zijn ook vijanden. Schrale vijanden. Die maken mij droevig. Gerechten en snacks die meer speeksel vergen dan een gemiddelde lama kan produceren. Meer dan een labradorpuppy met een ouwe tennisbal. Dan een kwaaie baby met een bijtring!

Meer dan een mama die eindelijk slaapt nadat de tandjes erdoor gekomen zijn.

En hier zijn ze dan, in oplopende volgorde van schraalheid, te ontwijken te allen tijde:

7. Cake
Er is een reden waarom je bij cake, koffie of thee hoort te drinken. Ik daag iedereen uit om het zonder te doen en te genieten van 7 uur plak en kruimelkorst in je bek.

6. Pruimentaart
Geen idee waarom de pruim het ooit haalde als eufemisme voor een vagina. Het is dan wel een fruit maar niet alle fruit is even nat. En een pruim is een van de weinige fruitsoorten waar ik een droge mond van krijg. Dat, een uur lang gebakken en uitgedroogd, plùs een kruimelkorst? Schraal.

5. Frieten zonder saus
Als ik puur en alleen patatten wil proeven, dan stap ik wel elke cafetaria ooit in België binnen met een vork in mijn pollen.

4. Pizzakorsten
Geef toe dat je die korsten enkel opeet om volwassen over te komen bij je tafelgenoten terwijl je extra wijn bestelt om dat taaie stuk in je keel door te spoelen. Zijnoot: dit telt niet als je de korsten sopt in iets heerlijks zoals looksaus.

3. Boterhammen
Ongelooflijk hoe populair twee droge schijven spons op elkaar geflanst met een droge schijf kaas ertussen zijn over de hele Westerse wereld. En die korsten zijn een klucht. Daar zit niet eens beleg op. Zelfs boter kan dit schip niet drijvende houden.

2. Toast
“Hé, een snee brood is nog niet droog genoeg – als we het nu eens grilden??” – uitvinder van toast, die nu in de hel grilt. Oké, je kan er beleg op flansen, maar waarom dan nog de toast? Waarom niet gewoon énkel dat beleg opsmikkelen? DENK TOCH NA MENSEN.

1. Niknakjes
Alsof die hele Zwarte Piet discussie elk jaar nog niet deprimerend genoeg is, kunnen we ons alleen troosten met fucking niknakjes. Terug in de zak, daarmee!

Stof (hahaha!) tot nadenken: heb ik te weinig speeksel? Heb jij te weinig smaak?
Ben ik bezig met irrelevante onderwerpen aangezien de wereld op het punt staat te vergaan aan ofwel een burgeroorlog, een pandemie of een natuurramp? Wie zal het zeggen! Tot de volgende keer, iedereen!

Ontbijt op bed is een leugen

Niemand geniet van ontbijt op bed, kunnen we alsjeblief stoppen met daarover te liegen?

Slapen is geweldig, zo weet iedereen. Als je iemand ontmoet die dat tegenspreekt, loop dan hard weg en kijk niet achterom. De zot. Niemand met gezond verstand haat slapen.

Wakker worden daarentegen, is weer wat anders.

En het is nog niet erg genoeg dat je uit een heerlijke slaap (en misschien wel uit een of andere gekke erotische droom) ontwaakt, staat daar ook nog eens iemand vrolijk te wezen met een hoop croissants. Al ooit croissants gegeten? Die kruimelen. Dat zijn bedkruimels die je er nooit uitkrijgt en dat kriebelt. Moet je je lakens vervangen omdat iemand lief wou doen?

Zwijg me over zachtgekookte eitjes. Eigeel zal druppen. Dat is wat het doet.

En waar zet je dat eten eigenlijk? Het staat clichématig gezien op een dienblad, maar waar zet je dat dienblad? Op je knieën terwijl je krampachtig recht probeert te zitten? Op je schoot in een pijnlijke kleermakerszit? Op kussens? Op kussens, op een wiebelende matras? Waardoor je glas fruitsap omvalt?

Het erge is dat die persoon zo z’n best heeft gedaan en je moet doen alsof het super is. Je begint je dag dus niet alleen kruimelig, maar ook hypocriet. Hoe dan ook met een vreselijke adem. Een gevaarlijke combinatie.

De dag is om zeep.

Je leven is geen reclamespot – niemand is goedgezind als ie pas wakker is. De meesten onder ons willen gewoon plassen en daarna een kop koffie. Wie wordt in hemelsnaam wakker met onmiddellijke honger? De allereerste seconde van je dag? Ogen open en honger?

Mensen met een lintworm.

4 ‘superfoods’ die niemand zou mogen lusten

Er bestaat een type mens. Een bepaald type mens, je kent er vast een. Soms hoor je ze van ver wauwelen. Soms van te dichtbij: op familiefeesten, in vriendenkringen, tijdens de kantooruren. Deze types wauwelen graag ongevraagd over iets waar ze zelfverklaarde experts in zijn: de menselijke gezondheid. Niet gehinderd door het ontbreken van een diploma in – zeg maar – geneeskunde, weten zij wat volgens nieuwste studies in Het Laatste Nieuws nu werkelijk kanker veroorzaakt, of toch waarschijnlijk. Waag het niet op een frietje te knabbelen want zout is de duivel en je zal het geweten hebben. Of was het nu suiker? Het verandert elk jaar – anders zullen we ineens maar alle smaken verbannen?

Havermout. Voor. Iedereen!
Havermout. Voor. Iedereen!

Er zijn ook etenswaren die zij met volle passie aanraden en liefst nog met een trechter je maag in zouden rammen. Die spijzen veroorzaken het tegenovergestelde van kanker, namelijk kapsones. Ik bedoel een gezond leven. Zij kunnen het weten: het zijn dokters in het diepst van hun zelfingenomenheid, alleen efficiënter: geen zeven jaar nutteloos studeren voor hen! Zij lazen een boek! Van een goeroe! En op vijf uur tijd waren ze gekwalificeerd om jou te helpen. Zodat je lang en saai kan leven.

Als je denkt er eentje te herkennen, blijf dan rustig en praat vooral niet over eten. Deze ‘experts’ ratelen bij de minste aanleiding hele lijstjes af van negatieve en positieve koolhydraten, goeie proteïnen, slechte combinaties en komen uit op de meest antioxidantste en de superste der foods. Enkele daarvan at je al. Andere daarvan kende je niet, tot hun grote vermaak en medelijden. Nog andere zijn in de wereld geplant als wrede moppen van God die vond dat gezondheid met een prijs moest komen: die van de kokhals. Al zullen ‘experts’ dat nooit toegeven. Te vaak heb ik hen schaamteloos zien vreten van walgelijk voer als:

1. Quinoa

Ik weet nog heel goed wanneer ik voor het eerst (en laatst) quinoa proefde: op een noodlottige dinsdag, voorts gekenmerkt door honger. Quinoa is een rijstachtig zaad uit Zuid-Amerika, waar het had moeten blijven. Deze zaden smaken naar een bitter verloren leven dat nooit enige geneugte of plezier heeft gekend. Terwijl ik de zaadjes maalde tussen mijn kiezen, vergat ik alles wat ooit lekker was. Ik vergat pure boter, frieten met stoofvlees, tikka massala, spaghetti bolognaise, manchego met kappertjes, visschotels met puree, sushi met zalmeitjes, lentesalades, geitenkaas met honing, pizza caprese van Testa Rossi, taboulé, feta, cheddar, broccolisoep, huisgemaakte garnaalkroketten en méér. Zoveel meer.

Et tu, kerstomaat?
Et tu, kerstomaat?

Ik kon enkel nog die verdomde quinoa beleven. De situatie duurde enkele uren. Het was de ergste dag van mijn leven, en ik was ooit in India.

2. Bieten

Lees dit goed – desnoods tweemaal – want ik ga het nog maar enkele keren herhalen: rode bieten smaken naar hetgeen waaruit ze gesleurd werden bij de oogst: aarde. Aarde. En niet de machtige aarde die je terugvindt in whisky, witte truffels of champignons. Neen, dit is de ik-ben-met-open-mond-van-mijn-fiets-gevallen-in-het-bos-tijdens-de-herfst soort aarde. Grond. Met toetsen van wormen en mos, verlaten vogelnesten en dooie kikkers. Zo smaakt een biet.

Het léf om hier rucola bij te betrekken.
Het léf om hier rucola in te betrekken.

Kruiden, garnituren, stomen noch grillen zal dit feit veranderen. Namelijk dat je grond eet. Stop met liegen.

3. Zwarte bonen

De kameleon onder de peulvruchten. Puur smaken deze zwarte parels naar… niets. Naar het pappige niets. Ze smaken nog minder naar iets dan kikkererwten. Je bakt ze in olie en ze smaken naar pappige olie. Je eet ze bij je tortilla en ze smaken naar nog pappigere guacamole. Je doet ze in je slaatje en dat slaatje wordt pappig.

Al ben ik de laatste om hierin te overdrijven.
Ik bespeur een rode draad.

En omdat zwarte bonen meestal bereid worden met afgrijselijke ingrediënten zoals quinoa en bieten, verdienen ze zeker een plaats tussen deze gezonde maar weerzinwekkende spijzen.

4. Peren

Deze belachelijke vruchten kennen maar twee toestanden: melig met brokken of steenhard met buikpijn achteraf. Als je al eens een sappig peertje vindt dat niet uit mekaar valt, kan je best meteen even op de lotto spelen. Ook de vorm van de peer is weinig uitnodigend. Begin je vanboven? Aan het putje van die steel? Of ga je voluit voor de zijlingse beet, waardoor je een scheef en uitgerekt klokkenhuis creëert? Dat je – als je niet meteen een vuilbak vindt – moet balanceren op zijn harige droge anjer?

Netjes geairbrusht in elke foto van een peer ooit.
Netjes gephotoshopt uit elke foto van elke peer ooit.

En dan dat perenvel, dat als laatste tussen je tanden blijft knarsen en in je keel blijft steken. Maar als je de peer pelt, staan je vingerafdrukken in het natte (of droge) vlees geschreven en moet je je handen een kwartier lang wassen. Is dit alles de vitaminen waard? Ik zeg luidop neen, want iemand moet het doen.

Je kan deze vier gruwelijke etenswaren trouwens makkelijk vervangen door de patat. Dat gele goud, die eeuwige rots in de branding, die in geen enkele vorm kan teleurstellen. ‘Experts’ geloven niet in de patat. Koolhydraten, daar zijn ze geen fan van. Zij zijn bijgevolg ook geen fan van het leven.

Hopelijk worden ze morgen niet overreden door een bus, want dan was nu werkelijk alles voor niets!

Moei je met je eigen bord!

Omdat ik onlangs de zegenrijke leeftijd van negenentwintig jaar bereikt heb, kan ik met gemak de inventaris van mijn leven tot hier toe opmaken. Zo kijk ik terug en merk ik dat ondoordachte impulsiviteit, eigenwijsheid en over anderen oordelen de leidraden van mijn leven geweest zijn. Ik heb geen spijt. Het leven is kort en wordt vanaf nu steeds korter. Noem het maar morbide, ik noem mezelf liever een levensgenieter.

Een genieter van spijzen – alle spijzen. Doch heb ik een grens. Want bij al die introspectie schieten me ook velerlei zinnen te binnen die ik reeds mijn hele leven hoor. “Dat zou ik niet doen, Hanne,” is een onschuldige klassieker. Net zoals “Er staat duwen, niet trekken op de deur” een rode draad is. Zo ook hoor ik tot vervelens toe volgende parel: “Heb jij je bord niet leeggegeten?” uit de verbaasde monden van kelners, ouders en tegenwoordig mijn levenspartner. Waarop mijn antwoord dan steeds standvastig klinkt: “Moei je met je eigen bord!”.

Oh.
“Oh.”

Etiquette aan tafel is niet alleen verontrustend ongemakkelijk, het zorgt ook consequent voor overgewicht. Want hoewel gulzig zijn duidelijk niet mag en in een ander zijn bord kijken ook niet, moet je je bord per se leegeten. Ongeacht de toestand waarin je maag zich bevindt. Ongeacht welke onverlaat jouw bord heeft volgepropt. Niemand hoeft mij te vertellen hoeveel ik moet eten. Indien ‘zij’ dus mijn bord laden met overigens heerlijke eetwaren, is het hun eigen schuld dat mijn kleine maag deze premisse niet kan waarmaken.

Maar zelfs al heb je die tweede portie zelf genomen, houdt dit fascisme (fascisme!) geen steek. Hoe kan je immers op voorhand weten hoeveel je buik aankan? Je buik is onvoorspelbaar. Dat hangt van veel factoren af: je kan een kleine portie nemen maar toch ten onder gaan aan de rijkheid van je maaltijd vis à vis het gebruik van room, echte boter, de hoeveelheid vlees of aardappelen enzovoort. Je kan zo veel honger hebben dat je jezelf overschat. Want je ogen bedriegen je. Dat is op alle vlakken een waarheid des levens.

“En anders geen dessert,” dreigen ze nog. Dus ik moet me opvullen om me nog eens op te vullen. Voor wie? Althans niet voor mezelf. Voor de kinderen in derdewereldlanden? Voor armen op straat? De oorzaak van de wegwerpcultuur ligt bij globale supermarkten die vervaldata als nazi’s opvolgen, niet bij mij! Ik geef mijn overschot immers met graagte aan de enkele mensen die niet vies van me zijn: mijn moeder of mijn partner. Niet toevallig dezelfde mensen die me aansporen me te overeten. Leg de schuld eerder bij hén, denk ik dan, want zij gaan het ook niet opeten.

Gaat de vuilnisbak in de keuken meuren? Is het zonde al dit eten weg te gooien? Dat kan. Ik kan ook een indigestie opdoen. Dat is pas zonde.

En dan nu tijd voor ellebogenwerk

Zoals ik al meermaals heb aangehaald, is het nuttigen van een maaltijd een onnodig formele bedoening. Niet alleen hier, in België. Overal in Europa stellen verveelde etiquette-fascisten verschillende regels op, om het hun eetgasten zo ongemakkelijk mogelijk te maken. Ze loeren vanuit schaduwen en controleren of iedereen zijn soepkom wel twintig procent schuin houdt bij de laatste hapjes. En ze zullen pas stoppen wanneer niemand nog een hap durft te nemen en de wereld implodeert.

Liefst spreken de regels uit verschillende landen elkaar ook nog tegen, zodat je niet eens beseft dat je onbeleefd bent. Maar waar iedereen het zowat over eens is, is dat ellebogen van tafel moeten. Want ellebogen zijn… Stout? Gevaarlijk? Ze plooien maar langs één kant? Dat stukje vel is droog, gerimpeld en ongevoelig? Een uitleg krijg je er nooit bij. Wacht er dus niet op. Het mag gewoon niet. Dat heet ‘beschaving’.

Nou. Als je mijn leeftijd bereikt hebt, heb je lak aan ‘mogen’. Oh, het mag niet? Ik mag alles! Ik eet niet uit beleefdheid, of om mijn lijf te voorzien van voeding en vitaminen en mineralen en wat niet al. Ik eet omdat het lekker is. En dat is best vermoeiend. Dan heb ik steun nodig. Dan heb ik ellebogen nodig. Liefst die van mij. Soms eet ik een beetje, neem ik een steunpauze, en eet ik nog wat. Dat is mijn zaak.

De Grieken – en dat zouden dan de grondleggers van onze beschaving moeten zijn – steunden ook op hun ellebogen tijdens het eten. Op een bed. Ze hadden het bij het rechte eind, want stoelen zijn foltertuigen. En zij aten veel, namen een kotspauze, en aten dan nog wat. Dat was hun zaak. Hun godengegeven recht!

Net zoals halfnaakt bediend worden door een androgyne knaap
Net zoals halfnaakt bediend worden door een knaapje met een bloemenkrans.

Mijn vraag is aldoende deze: weten wij het dan beter dan de Grieken?

Omdat ik zelf graag mijn eigen vragen beantwoord: neen.

Waarom een vork in je rechterhand hoort*

poseidon_sculpture_copenhagen_20051

Etiquette tart al jaren alle verstand en logica. En we blijven het maar pikken omdat iemand honderden jaren geleden vond, dat het sjiek stond moeilijk om te gaan met de makkelijkste zaken ter wereld. Zoals eten.

We vonden het bestek uit, voornamelijk bestaande uit het mes, de vork en diens luie broer, de lepel.

Wie rechtshandig is, eet zijn soep met een lepel in de rechterhand. Je brengt de soep naar je mond. Je eet. We voeren dezelfde actie uit met cornflakes, pudding, dame blanches, tiramisu, yoghurt (kunnen reclamemakers trouwens stoppen met ons de uitspraak ‘jochert’ op te dringen? Normale mensen zeggen ‘joegoert’), havermout,… Ik kan blijven opsommen maar daar is niemand mee bediend.

Mijn punt is maar, menig voedsel wordt met de rechterhand naar de mond gemanoeuvreerd. Daar hebben we soms geen lepel voor nodig. Neem nu tapas, beetklare Spaanse hapjes die ons leven vooral in de zomer een stukje draaglijker maken bij gebrek aan Belgische zon. En neem ze met je rechterhand. Alleszins niet met je linkerhand. Waarom zou je? Als je rechtshandig bent, is je rechterhand je rechterhand.

Dat geldt dus ook voor een vork, die eigenlijk bijna hetzelfde is als een lepel, maar dan met parallelle uitsnijdingen. Maar neen, de etiquette gebiedt dat het més, godbetert, de lepel vervangt bij het wisselen van gang. De vork komt wel terug in de rechterhand wanneer we een taartje eten zonder mes. Wat zijn we nodeloos ambivalent en hopeloos inefficiënt. Dat terwijl we een man op de maan hebben gezet.

Toch krijg ik verwarde blikken wanneer ik mijn klaargelegd bestek voorts onopvallend verwissel, alsof ik een holbewoner ben. Ik kijk dan stuurs naar mijn bord en ontsteek niet eens in een gepassioneerde monoloog. Knap om waardig te blijven in veeleisend gezelschap, zeg ik steeds tegen mezelf.

De dwazen!

In alle tijd die zij als kind staken in het nutteloze trainen van beide handen als voedseldragers, amuseerde ik mij dubbel zo hard met enkel mijn rechterhand! IK WIN!

 

*Zijnoot: als je linkshandig, lees dit artikel dan averechts.