De 5 soorten mensen die je dwingen om grof te zijn

Vriendelijk zijn is een reeks van gekende afspraken. Als iemand “ca va?” zegt, zeg je “ca va” terug. Zegt iemand “nee”, dan zeg jij “okee niet dan!“. En als iemand vraagt of er ook deca is, dan zeg je dat dat geen echte koffie is en er geen plaats is in je huis voor fakers. Dat is niet moeilijk.

Sommige mensen spelen het spel echter niet mee! Ik heb het niet over psychopaten, maar over mensen die geen benul hebben van sociale voorzetjes. Sta je daar met je afspraken. Dit zijn de mensen die maar druk blijven zichzelf te zijn ten koste van jou – en ze moeten worden gestopt:

  1. De doorvragers
    Mensen delen in principe wat ze willen delen. Ik deel bijvoorbeeld nogal wat. Delers zijn graag geziene gasten op allerhande gelegenheden. Informatie delen is je eigen keuze, is hier mijn punt. Wanneer iemand in een gesprek dus stopt met spreken of niet meer antwoordt, heeft het geen zin om door te vragen. Vooral als die persoon begint te stotteren, z’n nek openkrabt of zwetend naar de grond kijkt. Sociale voorzetjes.
    “Maar wanneer gaan jullie dan aan kinderen beginnen?” – “BLIJF MET JE SNUIT UIT MIJN EIERSTOKKEN”
  2. De rondhangers
    In mijn (okee, ons) huis is iedereen welkom. Maar zoals ik al eerder aanhaalde, staat op alles een einddatum. Tenzij dus is afgesproken dat je blijft slapen, zal je moeten vertrekken. Dat gebeurt als het moet na een sociale voorzet. Zoals een “ahum” of lang gestaar. Als het écht moet dan wordt dat een “ERUIT”.
  3. De persoonlijke ruimte-vreters:
    Bepaalde plekken op mijn lijf zijn ondanks hun niet-genitale ligging tòch onaanraakbaar. Schouders, voeten, ribben, vingertoppen en de 20 cm lucht rondom mijn hoofd. Daar blijf je best van weg, zeker met je eigen hoofd. Sommige mensen vinden zichzelf echter excentriek genoeg om het er toch op te wagen. Sommige mensen riskeren een elleboog in hun middenrif.
  4. De aandringers
    Ik ben 33 nu en één van de belangrijkste dingen die ik heb geleerd in mijn leven, is perfect kunnen inschatten wat ik tof vind. Goed, hé? Wanneer iemand me dus iets voorstelt, kan ik meteen een doordacht antwoord formuleren. Dat is een “ja” of “nee”, als ik me bijzonder zelfzeker voel. Indien niet, zal dat een sociale voorzet in de vorm van een vriendelijke nee zijn, zoals “Hmmm beter niet” of “Goh daar moet ik toch over nadenken”. Aandringers ruiken m’n twijfel en beginnen hun ding te doen: aandringen. Zelfs als ik niet twijfelde. “Kom af!”, “Neem een koffie!”, “Ga vanavond mee!” – “NEE NEE IK WIL NIKS VAN DAT LEUKS”
  5. De snap-je mensen (SPOILER: JE SNAPT HET NIET)
    Mopjes onder ons zijn allemaal goed en wel, maar die moeten van twee kanten komen (en grappig zijn). En ik ben het eerlijk gezegd moe om te lachen met ‘inside jokes’ die me worden opgedrongen en totaal geen steek houden. Aangemoedigd door mijn apathische blik, gaan de snap-je mensen nog verder: “Gelijk een dozijn doofstomme panda’s met honderd kilo bamboe hè hè hè?” -“KIJK IK KAN NIET MEEGAAN IN JE STOMME MOP”

Ben ik hiermee al mijn vrienden en kennissen kwijt? Ontdek het binnenkort, in een tweede artikel genaamd ‘Zal er iemand op mijn begrafenis komen opdagen?‘. Tot schrijfs!

Je weet pas wie je bent, als je al ooit je paswoord bent vergeten

paswoord

Je beseft het niet meteen, dat is het mooie. Je blijft optimistisch. Je lacht naar je scherm! Naar die rode melding. Och, m’n hoofdletters staan misschien nog aan, denk je naïef. Na de tweede rode zin begin je heftig te fronsen.

Wat was dat paswoord ook alweer? Ik zal het je vertellen: een opeenvolging van tekens die je ooit in de rapte hebt verzonnen omdat je aan de slag wilde. En je hebt er nu het raden naar, wat er destijds in je omging. Seks, waarschijnlijk.

Toch blijkt je paswoord ook niet “Ikwilhetnuuu” te zijn. Noch “Hoegroterhoeliever!1”. Het kan dus letterlijk alles zijn en je mag maar vier keer proberen want anders bellen ze de politie en moet je naar’t gevang.

Dan maar klikken op het zinnetje onder die rode melding: “Ik ben mijn paswoord vergeten”. Het is een vernederende toegeving: “Ik weet niet hoe te volwassenen”. Dan moet je voor de veiligheid je gsm nummer geven. En je geboortedatum. En welk huisdier je als kind had. En de resultaten van je laatste endoscopie.

Veiligheid. Tussen haakjes. Als hackers willen hacken, dan hacken ze. Hackers. Die hacken. We hebben allemaal een job, we snappen de ijver. Maar ondertussen zijn we een halfuur verder en hebben we nog geen nieuwe broek gekocht.

Dan mag je eindelijk je nieuwe paswoord ingeven via een code die je in je mailbox krijgt, waarvan je het paswoord ook niet meer weet. De code en de link daarvoor sturen ze naar je gsm. We zijn vertrokken. Ligt je gsm nog in je auto want op tafel ligt ie niet? Ah, hebbes! Argh, de batterij is op. Waar is die oplader? Welwel, daar. We zijn goed bezig – wacht wat was de pincode weer? Juist, je geboortejaar. En hoera, je hebt de ene code en de link! En die andere code in je mailbox!

Prima, nieuw paswoord ingeven! Wat zullen we verzinnen? O, je naam! Die vergeet je nooit. Oei, er moeten ook cijfers en tekens inzitten. In orde, je naam dus en een “1” en een “!”. Petat!

“U mag uw oude paswoord niet opnieuw gebruiken.”

Soms moet een mens gewoon eens heel hard in de spiegel schreeuwen.

Ter verdediging van kale mannen en hun geile halve kapsels

Jason Statham 3

Op een dag besloot een kalende man om z’n haar helemaal af te scheren. Alles of niets!, dacht ie. En: zo zal iedereen denken dat het mijn eigen keuze was om eruit te zien als een neonazi! En: uiteindelijk zouden alle rassen inderdaad apart moeten leven!

Jack Nicholson

Zo liep hij dan rond, in de winter met een muts en in de zomer met een pet. Tussenseizoenen waren genoeglijk. Andere kalende mannen zagen het en wilden dit ook. Het halve kapsel was toch maar voor snobbige acteurs vanuit de jaren ’80 en ze zouden hun totale gladheid eventueel kunnen compenseren met een baard of een stevig borsttapijt dat tiert uit een te lage mannendécolleté.

Botton 940411 01
Alain de Botton, Schriftsteller, 11.04.94, Frankfurt, © copyright by Anna Meuer

Nu zitten we opgescheept met een hoop mannen die uit de toekomst lijken te komen of van een andere planeet. Terwijl het halve kapsel hen stààt. Net zoals het Zinédine Zidane, Larry David, Alain de Botton, Bernie Sanders, Jack Nicholson of Jason fucking Statham stààt. En mensen geilen op die kerels. Ja, ook op Bernie. Ondertussen geilt niemand op George Lucas.

George Lucas

En die heeft de stevigste coiff ooit op z’n kop. Word wakker, mensen!

Waarom een jobtitel geen vrouwelijke versie nodig heeft

Feminists
Feminist of feministe: wat maakt het eigenlijk uit?

In onze rijke en vaak beschamende westerse geschiedenis is er dikwijls gestreden, en dan vooral door de minderheden voor hun rechten, tegen het oude blanke mannelijke establishment (want we leven nu eenmaal in een Disneyfilm). Vreemd genoeg ook door de ‘minderheid’ vrouwen, die, in feite, de meerderheid van de wereldbevolking zijn. Elke periode van hun strijd bracht een uitdaging met zich mee, zoals de uitdaging om dezelfde job te krijgen als mannen: directeur, dokter, advocaat, leraar. Een uitdaging die mannen nooit moesten aangaan want piemel, maar eentje die vrouwen intussen wel hebben waargemaakt.

Jammer genoeg is er iets scheefgelopen in die wissel. Op taalniveau zelfs. Mannen wisten immers niet hoe ze die vreemde werkende mensen nu in hemelsnaam moesten benoemen. Gelukkig vonden ze een oplossing: vrouwen werden lekker geen directeur, dokter, advocaat of leraar, maar wel directrice, dokteres, advocate of lerares.

Vraagje. Is een job, beoefend door een vrouw, de job zelf – of de job plus het vrouw-zijn? Of is het gewoon … de job? Of de vrouwelijke versie van de job? De job plus tieten? De job plus tampons kopen? De job plus geilen op ‘kontjes’? De job plus hoge hakken dragen en er dan over klagen?

Moet je überhaupt weten of de job wordt beoefend door een man of een vrouw? Is dit relevant? Wanneer een persoon de job heeft, wil dat dan niet impliciet (of zelfs expliciet) zeggen dat deze persoon bekwaam is?

Verdomme, doen vrouwen nu dezelfde job of niet?

Ik dacht het toch even wel, ja. Daarom: als vrouwen dezelfde job doen als mannen, moet daar ook dezelfde jobtitel voor bestaan. Want dus we doen dezelfde job.

Nu nog hetzelfde loon.

8 uitdrukkingen die mogen worden geschrapt in 2016

Stop het

Sinds de uitvinding van de taal, zeveren we een eind weg. Deden holbewoners dat ook? In ieder geval, er bestaan flink wat geliefde uitdrukkingen waarop we steeds terugvallen bij dat zeveren. Die waren ooit nieuw, uitgevonden door een of andere dappere taalvirtuoos, maar worden nu platgebruikt. Volgende uitdrukkingen betekenen ondertussen niets meer en zouden in 2016 geschrapt moeten worden:

  1. “Met alle respect”
    Als je dit erbij moet zeggen, zal er niet veel respect aan te pas komen. En even een boodschap van algemeen nut: eerst “met alle respect” zeggen, geeft je geen vrijkaart om de klootzak uit te hangen.
  2. “Sorry”
    Wat oorspronkelijk een zalvend (ja, zalvend) woord was, is nu een tussenwerpsel geworden. We zeggen het constant: om ons te verontschuldigen voor onze mening, omdat we met onze dikke poep je stoel passeren of omdat we iets stoms niet willen doen. Het spijt ons niet en we moeten stoppen met te doen alsof.
  3. “Gigantisch veel”
    Gewoon veel is ook al goed. “Veel” is veel. Dat woordje hoeft geen gradaties. “Gigantisch veel”? Is volgens mij hetzelfde als “veel”. Veel dus. Zeg liever “flink wat” of “bakken” of “hopen”. Of nog liever, zeg gewoon helemaal niets.
  4. “Ik ben een beetje autistisch”
    Oh god, de ergste van allemaal. Neen, je bent niet een beetje autistisch. Je bent ook niet een beetje schizofreen of een beetje bipolair. Je bent vooral niet je eigen psychiater, dus stop met je naar aandacht hunkerende zelfdiagnose.
  5. “Leuk tot zeer leuk”
    Waarom praten sommige mensen alsof ze een filmreview schrijven? Doe normaal. En is het niet wat makkelijk om iets met een grijze zone te bestempelen, in plaats van, zeg maar, het juiste woord te vinden? Zoals daar is “verrukkelijk”, een formidabel woord dat niet genoeg appreciatie krijgt.
  6. “… is geen kunst!”
    Bijvoorbeeld graffiti, Cirque du Soleil of popmuziek. Waarom doen we alsof kunst iets is dat te magnifiek is voor het ‘gewone’ publiek? Jezus. Het is gewoon iets wat mensen maken om zichzelf uit te drukken, geen kernfysica. Get over yourself.
  7. “Ik ben slim genoeg om te beseffen dat ik dom ben”
    Het kan niemand wat schelen hoe je je eigen intelligentie inschat.
  8. “Dan heb ik zoiets van”
    Dit zeggen mensen voordat ze hun mening geven. Maar we weten toch al dat ze hun mening gaan zeggen? We luisteren toch al? De zin klopt niet eens. Wàt precies heb je dan zoiets? Van waar heb je het? Hoe heb je het? Wanneer kreeg je het? En vooral: waarom?

Gelukkig nieuwjaar, iedereen!

16 manieren om een vrouw te beledigen

We_Can_Do_It!

Als je onze dagelijkse scheldwoorden mag geloven, bestaan er twee soorten man: de slechterik en de goedzak. Die eerste is de klootzak, de rotzak, de lul, de rotvent, de mossel, de hufter (gebruikt iemand dat woord ooit?), de gladjanus, de haai, de smeerlap. Woorden die op hetzelfde neerkomen: deze man deugt niet. De goedzak heet gewoon ‘man’. Of ‘goedzak’ dus. Simpel. Goed en slecht.

Wanneer het op vrouwen aankomt, zijn we nogal wat inventiever in onze scheldwoorden. Het lijkt bijna alsof vrouwen meer nuances in hun persoonlijkheden hebben. En elk van die nuances kan worden beledigd! Via taal! Hier een beknopt overzicht van verschillende specifieke scheldwoorden in oplopende volgorde van vreselijkheid:

Straffe madame / sterke vrouw: de vrouw die ondanks haar vagina toch grootse dingen heeft verwezenlijkt.

Feminist: de vrouw die seksisme niet zomaar weglacht en dus zuur is.

Huisvrouw: de luie vrouw die geen carrière aankan en alleen maar een huishouden runt.

Kweker: de vrouw die kindjes wil en zich beter zou verantwoorden voor haar biologische drift.

Seut: de vrouw die geschokt is door het platvloerse ‘geflirt’ van hufters.

IJskonijn: de vrouw die ostentatief weigert mee te flirten.

Stresskonijn: de vrouw die nerveus is omdat het leven soms uitdagingen brengt die ze op dat moment niet helemaal aankan. (wat is het met die konijnen?)

Wicht / dom wicht: de naïeve vrouw die met open ogen in vallen trapt.

Huppelkut: de vrouw die met alle mopjes van mannen lacht en gretig meeflirt.

Ouwe vrijster: de vrouw die geen kindjes wil en oud zal worden en zich beter zou verantwoorden voor het gebrek aan haar biologische drift.

Trut: simpelweg de stoute vrouw.

Del: de vrouw die decolletés draagt of korte rokjes of beide.

Slet: de vrouw die decolletés draagt of korte rokjes of beide en ook geniet van het lichaam van een ander.

Hoer: de vrouw die decolletés draagt of korte rokjes of beide en ook geniet van het lichaam van een ander, en een sterk zakelijk instinct heeft daarbovenop.

Bitch: de vrouw die carrière maakt en daarbij even agressief is als een cliché zakenman.

Kutwijf: de vrouw die andere vrouwen beledigt met bovenstaande beledigingen.

 

Het is ook nooit goed!

Kunnen we stoppen met? (Vrouwendag special)

Deze vrouw heeft er af en toe schoon genoeg van. Hieronder enkele zaken die mogen stoppen, ter ere van de Nationale Vrouwendag. Want het is 2015:

Kunnen we allemaal stoppen met doen alsof een naakt vrouwenlijf zo schokkend is? De helft van de wereldbevolking heeft er eentje en de andere helft heeft er al eens eentje gezien, al was het dat van z’n moeder.

Kunnen vrouwenmagazines stoppen met die gemixte boodschap van “je bent perfect zoals je bent” te combineren met “verlies nu die homp vet waarvan je nog niet eens wist dat je ze had zodat je billen elkaar niet raken wanneer je rondwandelt”?

Kunnen kledingwinkels stoppen met hun maten gaandeweg te verkleinen? Ik heb het wel door.

Kunnen seksbommen die ouder worden, stoppen met het bekritiseren van jonge seksbommen?

Kunnen we stoppen met vrouwelijke atleten ‘mannelijk’ te noemen? Wat betekent ‘mannelijk’? Zien alle mannen er dan ‘mannelijk’ uit?

Kunnen we stoppen met neerkijken op prostituées? En ons misschien focussen op het helpen van de slachtoffers van die industrie?

Kunnen we stoppen met vrouwen te laten opdraaien voor de kosten van een gemeenschappelijk doel als contraceptie?

Kunnen we stoppen met een vrouw te verwijten dat ze haar regels heeft, wanneer ze eventjes kwaad wordt?

Kunnen we stoppen met volgende termen te zeggen: een harde tante, een veelzijdige tante, geen katje om zonder handschoenen aan te pakken, een straffe madame; wanneer een vrouw niet ontzettend lief doet de hele tijd? Bah.

Kunnen we stoppen met elke vrouw die spreekt met haar stem, te bestempelen als “niet op haar mondje gevallen”?

Kunnen we stoppen met babbelen over wat vrouwen aanhebben, gaande van een hoofddoek naar hotpants?

Kunnen we stoppen met babbelen over hoeveel vrouwen mogen drinken voordat ze van slachtoffer naar “ze heeft het zelf gezocht” overgaan?

Kunnen we stoppen met babbelen over waarover anderen babbelen wat vrouwen aangaat, en gewoon allemaal ons leven leiden?

Stop het. Dankjewel. En een fijne Nationale Vrouwendag, iedereen!

Vaagweg gezocht: de allround medewerker

Sire, er bestaan geen functies. Is het nu nog steeds de crisis, de krenterigheid van sommige bedrijven of het feit dat we stilaan übermenschen aan’t worden zijn: tegenwoordig moet je alles maar mooi kunnen. Werkgevers zoeken steeds een allround medewerker want dat is een fijne aanvulling van hun team.

Let op, je hebt vele allrounds.

Er is de allround designer, die verantwoordelijk is voor het idee, de creatie en de afwerking van een concept. Hij/zij maakt tevens filmpjes, animaties en charts en kan prachtige foto’s trekken én bewerken. Interieur, kledij, vervoersmiddelen, websites? Geen probleem voor de allround designer want die designt allround.

Dan heb je de allround administratief medewerker. Een beetje administratie, een beetje boekhouding, een beetje lonen uitbetalen, een beetje telefoons oppikken en een beetje koffiezetten. Je kent toch iets van de Belgische wetgeving, hé? Want die kennis zal je nodig hebben wanneer je de zoveelste rechtszaak van je baas opvolgt. Vergeet wel dat ene gedeelte over vakbonden.

Dan mijn favoriet: de allround creatieve duizendpoot. Een echte duizendpoot kan alleen maar stappen of stilstaan met zijn ‘duizend’ poten. Dat houdt werkgevers echter niet tegen dit insect (is het een insect? Ik ben geen bioloog) te gebruiken om lekker vage vacatures te schrijven. Alsof een allround creatieve duizendpoot dus effectief duizend poten heeft om al je rotproblemen op te lossen, omdat je geen creatieve ontwerper, creatieve schrijver, creatieve DTP’er, creatieve monteur, creatieve webdesigner, creatieve editor en creatieve office manager apart wilt inhuren.

Soms heb je nog méér overkoepelende allrounds. De zogenaamde allround allround. De MacGyver van de werkwereld. Die moeten rekeningen sorteren, websites onderhouden, toiletten poetsen én teksten schrijven en alles wat daartussen ligt. Daarnaast is een goed coördinatievermogen handig om de route naar de wasserette van je baas te onthouden.

Hoe vager de functie, hoe meer je zal moeten kunnen en hoe kwader ze mogen zijn, moest dat niet lukken. Je functie bestaat er immers ook uit om tussen de lijntjes van je job te lezen. Lijnen die je baas sporadisch uitwist en herschrijft, totdat je gewoonweg alles kan! Waarop je wordt buitengezwierd, want slimmer zijn dan je werkgever – dat is een kwaliteit te veel.

Een pleidooi voor de juiste definitie van ironie

Sarcasme. Satire. Ironie.

We gebruiken deze woorden te pas en te onpas, omdat we denken dat ze onze gesprekken (en dus ons) cachet geven.
En cachet is goed. Iedereen wil cachet! Maar niet iedereen verdient cachet.

En helemaal niemand verdient dat kapsel.
En helemaal niemand verdient dat kapsel.

Want woordenboeken, Wikipediapagina’s of ambitieuze blogposten ten spijt, niemand schijnt te weten wat sarcasme, ironie of satire nu precies is. De geschreven definities zijn te vaag, te algemeen, elkaar te tegensprekend (wie schrijft die dingen?). Dus beslissen we in de praktijk maar zelf: het is allemaal ‘spot. Voilà. De Vlaming heeft gesproken. Sarcasme? Da’s satire want eveneens spot. Ironie? Ook spot, dus hetzelfde als sarcasme. Satire? Eén spot nat. Woordspelingen zijn ook humor.

Gele pulls ook.
En gele pulls ook.

Wel, ‘spot’ is niet goed genoeg. ‘Spot’ is rommel. ‘Spot’ is belachelijk. Waarom maken we geen onderscheid binnenin spot? Zoals Engelstaligen dat zo mooi doen? Zijn wij daar niet genuanceerd of slim genoeg voor? Zijn Engelstaligen slimmer dan wij?

Zelfs de ‘slimme’ media van Vlaanderen (dat was sarcasme) halen de begrippen constant door elkaar. Bespottelijk. (ha!) Laatst zag ik als krantenkop een citaat van een minister tegen een andere: “Haal die ironische grijns van uw gezicht!”. Bedoelde hij sardonisch? Want dat lijkt er wat op en het zou kloppen. In ieder geval, dit is dus waar ons belastingsgeld naartoe gaat.

Ach, in Canada hebben ze grotere problemen.
In Canada hebben ze grotere problemen.

Kijk. Ik ben dertig. Ik wil rustig mijn leven leiden. Maar helaas, zelfs mijn nakende moederschap – toch een ingrijpende gebeurtenis in iemands leven – kan de boel niet relativeren. Zie hier dus voor mijn gemoedsrust, nogmaals de verschillen tussen sarcasme, ironie en satire, geschetst met Engelstalige humor, want die weten tenminste waarover ze spreken.

Hoewel er uitzonderingen zijn.
Er zijn natuurlijk uitzonderingen.

 

Sarcasme
Sarcasme is het omgekeerde zeggen van wat je vindt. Liefst met een wijsneus-toontje of op zijn minst een droge blik.

“Dat nieuwe nummer van de Black Eyed Peas is echt geniaal!”, bijvoorbeeld. Of “Wanneer komt er nu nog eens een nieuwe superhelden-film uit? Da’s zo lang geleden!”

Hier een nog betere, vanuit The Simpsons:

 

Of van de koning van sarcasme, Jerry Seinfeld:

 

Ironie
Denk nu niet dat ik de ironie niet waardeer, wanneer iemand beweert te weten wat ironie is en helemaal fout is. Ik waardéér dat. Ik glimlach met mijn hart. Toch even herhalen wat ironie precies is, want ik ween tegelijk met mijn brein: het is het omgekeerde verkrijgen van wat de bedoeling was.

The Tree of Irony
© The Perry Bible Fellowship

 

Een definitie in gezang nodig? (wacht tot op het einde)

 

Of gaan we eventjes terug naar onze kindertijd, toen we blijkbaar wel wisten wat ironie was?

 

Ik kijk niet alleen naar cartoons:

 

En ik vertel er graag ook even bij wat ironie niet is. In bold. Ook in italic? In orde: ironie is niet alléén sarcasme, een grof mopje, een ongelooflijk toeval, brute pech of schadenfreude. Er is meer voor nodig: een bedoeling.

Satire
Deze gooi ik er gewoon voor de lol bij, omdat ik vaak de indruk krijg dat mensen satire bedoelen wanneer ze ironie zeggen. Satire is op een intelligente manier spotten met iets. Dat kan met sarcasme of ironie of allebei!

De koning van de satire is Stephen Colbert:

 

Of was Greg Giraldo tijdens Comedy Central’s roasts:

 

Hè hè. Dat doet deugd.

Ik voel me goed. Bomvol cachet. Ik maak me sterk dat dit een relevant onderwerp is, dat ik iedereen nu voor altijd heb overtuigd, en dat we er eindelijk over kunnen zwijgen. Hoera!

7 verkeersmanoeuvres die tonen dat je een klojo op vier wielen bent

Proficiat iedereen! We hebben het ver geschopt als mens.

De slimsten onder ons vonden een auto uit en moesten verkeersregeltjes opstellen opdat de anderen elkaar er niet mee van kant zouden maken. Maar ze waren één detail vergeten: een doordeweekse mens oordeelt zelf wel of iets gevaarlijk is. Een doordeweekse mens rangschikt de opgestelde verkeersregels van ‘dit manoeuvre mag niet, anders gebeuren er ongelukken’ naar ‘dit manoeuvre mag niet, anders krijg ik een boete’ tot ‘dit manoeuvre maakt me een klojo maar echt illegaal is het niet dus waarom zou ik het laten?’.

Sommigen laten dat laatste effectief, omdat ze geen klojo zijn. Anderen kiezen er voor om hun medemens – dat zijn jij en ik, beste lezer –  te schofferen. Die mensen deugen niet.

Ze zijn de klojo’s van de verkeerswereld, die volgende manoeuvres uitvoeren en toch kunnen slapen ’s nachts:

1. Niet netjes aansluiten bij parallel parkeren

1-parallel parkeren-01

De meeste auto’s zijn meer dan drie meter lang. Dat is algemeen geweten. Zou je denken! Bepaalde chauffeurs menen echter dat er auto’s bestaan van amper een meter. Daarom laten ze plaats, speciaal voor deze wagens, aan het uiteinde van een parkeerstrook.

Dat was sarcasme. Ik weet niet waarom bepaalde chauffeurs geen plaats vrijhouden voor wagens van normale grootte. De enige verklaring die ik heb, is dat ze klojo’s zijn.

2. Iemand geen ruimte geven om parallel te parkeren

2-geen ruimte parallel-01

Parallel parkeren heeft dat effect vaker op bepaalde chauffeurs, zo blijkt. Die rijden achter iemand aan in een smalle straat met zijlingse parkeerstrook. De persoon voor hen stopt plots, zet z’n pinker op en wil die vrije parkeerplaats achter hem in. Witte achterlichten schieten aan.

De andere chauffeur reageert niet. Hij is te druk bezig met het klojo-zijn.

3. Toch een overvol kruispunt oprijden terwijl het oranje wordt

3-oranje op kruispunt-01

Het oranje verkeerslicht bestaat om één duidelijke reden: het geeft aan dat het rood zal worden. Als je heel snel rijdt (naargelang de maximum toegelaten snelheid – je weet nooit wie hier meeleest) mag je een oranje licht passeren. Maar enkel als je heel snel rijdt en dus niet kan stoppen. Weet je wanneer je niet heel snel rijdt?

Wanneer het kruispunt potdicht zit. Dan telt door het oranje rijden niet. Dan blokkeer je de andere chauffeurs waarvoor het nu groen wordt. En weet je wat er door hun hoofd spookt?

“Klojo.”

4. Te laat invoegen

4-te laat invoegen-01

Ik heb het niet over ritsen. Ik weet wat ritsen is. Dat hoort vlot en hoffelijk te zijn en pas op’t einde van de rijstrook sinds kort.

Ik heb het over maar al te goed beseffen dat er een file staat aan een afslag, en toch tot op het einde wachten om in te voegen. Voor mensen die al een hele poos doodeerlijk staan aan te schuiven. Als ik een van die mensen ben, dan laat ik je niet door. Niet omdat ik een klojo ben, maar jij.

5. Op de middenrijstrook blijven rijden

5-middenrijstrook-01

We hebben allemaal onze ruimte nodig. En waar vind je meer ruimte, dan helemaal in het midden van iets? Neem nu een snelweg met drie rijkvakken. Logischerwijze gaat het zo: hoe linkser, hoe sneller. Makkelijk, hoor.

Maar! Wat als je lekker veel ruimte nodig hebt of je niet sneller wil rijden dan die rechtse auto of trager dan die linkse? Wel: dan rij je toch gewoon in het midden? Zoals een klojo. Maakt niet uit of andere auto’s dan heulemaal van links naar rechts moeten om je voorbij te steken.

6. Je pinker niet (of te laat) opzetten als je verandert van rijstrook

6-pinker niet aanzetten-01

Zij die toch ineens een moment van helderheid achter het stuur beleven en van rijstrook veranderen zoals normale chauffeurs, dienen hun pinker op te zetten. Persoonlijk verkies ik minstens twee seconden pinkeren voordat ik overga tot actie.

Sommige chauffeurs geven het drie seconden, anderen slechts eentje. En da’s allemaal okee.

Maar bepaalde chauffeurs zetten hun pinker pas aan wanneer ze al aan hun stuur draaien en de stippellijntjes over zijn. Of ze doen het verdorie niet. Dan rij je achter zo iemand en denk je: “Er is godverdomme alweer zo’n vieze, gore klojo achter z’n stuur gekropen.”

7. Je vier pinkers aanzetten en dan je auto verlaten

7-vier pinkers-01

Blijkbaar is het concept ‘pinker’ niet al te eenvoudig om te begrijpen. Naast het feit dat ze de richting aanwijzen waarnaar je wenst te rijden (ze heten “richtingaanwijzers” in de boekskes), kunnen ze er ook op duiden dat je tijdelijk wenst stil te staan om allerlei redenen.

Zoals wachten op iemand, laden en lossen, je gps instellen enzovoort. Mij best. Waar ze niet toe dienen, is jou enkele uren cadeau geven om te gaan winkelen of ergens binnen te wippen zodat de slachtoffers van jouw dubbelparkeren – die zich ondertussen te pletter tuuteren –  jouw gezicht voor altijd zullen associëren met dat van een klojo.

Want dat is wat je dan bent. Een klojo.

Indien de overheid mij wenst te contacteren voor pamfletten, workshops en syllabi rond klojo’s en hun rijgedrag: weet bij dezen dat ik dit graag én gratis zal doen.