Wat ik me zoal afvraag (11)

Hier opnieuw een reeks onderwerpen waar ik – bij gebrek aan een toffe hobby – intensief mee bezig ben. Op sommige van deze vragen ken ik het antwoord, maar neem ik er geen genoegen mee.

Waarom ziet Patrick Stewart er na twintig jaar nog steeds hetzelfde uit?
Mis ik iets door nog nooit naar ‘Star Trek’ gekeken te hebben?

Waarom zien de grootste gezondheidsfreaks er altijd zo ongezond uit?

Waarom antwoorden sommige mensen met een “hier!” als ik vraag waar ze zijn? Wat ben ik daar mee?

Waarom is Anna Wintour de zogenaamde koningin van de mode, terwijl ze er nooit modieus uitziet?

Ben ik de enige die “wablief?” zegt, voordat ik besef dat ik het eigenlijk wel had begrepen? En dan ongeduldig opnieuw naar de vraag moet luisteren terwijl ik m’n antwoord toch al klaar heb?

Is het raar dat ik nog nooit heb ruziegemaakt met mijn partner in de Ikea?

Waarom noemen ze een tv ook wel eens “de buis”? Welke buis? Waar steekt die buis?

Waarom noemen ze rauw stoofvlees al “stoofvlees” nog voor het gestoofd is?

Waarom betekent het woord “straks” even goed “binnen enkele uren” als “binnen enkele maanden” of “binnen enkele jaren”? Kies!

Wat of wie zijn de “hens” in “alle hens aan dek”?

Waarom dacht ik zo lang dat Tracy Chapman blank was?

Wat is nu precies het verschil tussen walnoten en okkernoten? Of zijn ze een en dezelfde noot?

Waarom zijn biologische moeders altijd afwezig in sprookjes?

En waarom zijn de gebouwen in films die zich afspelen in de Oudheid altijd al ruïnes?

En als een kleine vlieg de samenstelling van Brundle kon verstoren tijdens zijn teleportatie in ‘The Fly’, hoe zit het dan met alle micro-organismen in z’n hele lijf? Zou hij geen kronkelende bio-mix moeten worden, dan?

En hadden de jongens van ‘Stand By Me’ nu echt geen plaats om te lopen naast de trein?

Waarom heb ik nog steeds schuim achter m’n oren als ik na een uur uit de douche stap?

Waarom zit ik tijdens intense tijden altijd dwangmatig met de lulligste liedjes in mijn hoofd?

In dat licht: is de tekst van ‘Heyah Mama’ niet een tikje erotisch voor een meidengroep gericht naar peuters en kleuters?

Kunnen we stoppen met “La” voor de achternaam te plaatsen van elke mooie bekende vrouw? Dat is alleen maar tof bij Zuiderse namen, zoals: “La Lopez” in plaats van Jennifer Lopez. Niet: “La Perry” in plaats van Katy Perry.
(“La Perry”? Serieus? Dat klinkt als de naam van een kat met een butler.)

En kunnen we dan ook stoppen met de omschrijving “Een wel erg”? Als in: “Een wel erg verrassende wending” of “Een wel erg spontane kus”. Ja ja, heel joviaal. Knipoog knipoog. Maar stop ermee.

Dat was voorlopig weer alles.

7 verkeersmanoeuvres die tonen dat je een klojo op vier wielen bent

Proficiat iedereen! We hebben het ver geschopt als mens.

De slimsten onder ons vonden een auto uit en moesten verkeersregeltjes opstellen opdat de anderen elkaar er niet mee van kant zouden maken. Maar ze waren één detail vergeten: een doordeweekse mens oordeelt zelf wel of iets gevaarlijk is. Een doordeweekse mens rangschikt de opgestelde verkeersregels van ‘dit manoeuvre mag niet, anders gebeuren er ongelukken’ naar ‘dit manoeuvre mag niet, anders krijg ik een boete’ tot ‘dit manoeuvre maakt me een klojo maar echt illegaal is het niet dus waarom zou ik het laten?’.

Sommigen laten dat laatste effectief, omdat ze geen klojo zijn. Anderen kiezen er voor om hun medemens – dat zijn jij en ik, beste lezer –  te schofferen. Die mensen deugen niet.

Ze zijn de klojo’s van de verkeerswereld, die volgende manoeuvres uitvoeren en toch kunnen slapen ’s nachts:

1. Niet netjes aansluiten bij parallel parkeren

1-parallel parkeren-01

De meeste auto’s zijn meer dan drie meter lang. Dat is algemeen geweten. Zou je denken! Bepaalde chauffeurs menen echter dat er auto’s bestaan van amper een meter. Daarom laten ze plaats, speciaal voor deze wagens, aan het uiteinde van een parkeerstrook.

Dat was sarcasme. Ik weet niet waarom bepaalde chauffeurs geen plaats vrijhouden voor wagens van normale grootte. De enige verklaring die ik heb, is dat ze klojo’s zijn.

2. Iemand geen ruimte geven om parallel te parkeren

2-geen ruimte parallel-01

Parallel parkeren heeft dat effect vaker op bepaalde chauffeurs, zo blijkt. Die rijden achter iemand aan in een smalle straat met zijlingse parkeerstrook. De persoon voor hen stopt plots, zet z’n pinker op en wil die vrije parkeerplaats achter hem in. Witte achterlichten schieten aan.

De andere chauffeur reageert niet. Hij is te druk bezig met het klojo-zijn.

3. Toch een overvol kruispunt oprijden terwijl het oranje wordt

3-oranje op kruispunt-01

Het oranje verkeerslicht bestaat om één duidelijke reden: het geeft aan dat het rood zal worden. Als je heel snel rijdt (naargelang de maximum toegelaten snelheid – je weet nooit wie hier meeleest) mag je een oranje licht passeren. Maar enkel als je heel snel rijdt en dus niet kan stoppen. Weet je wanneer je niet heel snel rijdt?

Wanneer het kruispunt potdicht zit. Dan telt door het oranje rijden niet. Dan blokkeer je de andere chauffeurs waarvoor het nu groen wordt. En weet je wat er door hun hoofd spookt?

“Klojo.”

4. Te laat invoegen

4-te laat invoegen-01

Ik heb het niet over ritsen. Ik weet wat ritsen is. Dat hoort vlot en hoffelijk te zijn en pas op’t einde van de rijstrook sinds kort.

Ik heb het over maar al te goed beseffen dat er een file staat aan een afslag, en toch tot op het einde wachten om in te voegen. Voor mensen die al een hele poos doodeerlijk staan aan te schuiven. Als ik een van die mensen ben, dan laat ik je niet door. Niet omdat ik een klojo ben, maar jij.

5. Op de middenrijstrook blijven rijden

5-middenrijstrook-01

We hebben allemaal onze ruimte nodig. En waar vind je meer ruimte, dan helemaal in het midden van iets? Neem nu een snelweg met drie rijkvakken. Logischerwijze gaat het zo: hoe linkser, hoe sneller. Makkelijk, hoor.

Maar! Wat als je lekker veel ruimte nodig hebt of je niet sneller wil rijden dan die rechtse auto of trager dan die linkse? Wel: dan rij je toch gewoon in het midden? Zoals een klojo. Maakt niet uit of andere auto’s dan heulemaal van links naar rechts moeten om je voorbij te steken.

6. Je pinker niet (of te laat) opzetten als je verandert van rijstrook

6-pinker niet aanzetten-01

Zij die toch ineens een moment van helderheid achter het stuur beleven en van rijstrook veranderen zoals normale chauffeurs, dienen hun pinker op te zetten. Persoonlijk verkies ik minstens twee seconden pinkeren voordat ik overga tot actie.

Sommige chauffeurs geven het drie seconden, anderen slechts eentje. En da’s allemaal okee.

Maar bepaalde chauffeurs zetten hun pinker pas aan wanneer ze al aan hun stuur draaien en de stippellijntjes over zijn. Of ze doen het verdorie niet. Dan rij je achter zo iemand en denk je: “Er is godverdomme alweer zo’n vieze, gore klojo achter z’n stuur gekropen.”

7. Je vier pinkers aanzetten en dan je auto verlaten

7-vier pinkers-01

Blijkbaar is het concept ‘pinker’ niet al te eenvoudig om te begrijpen. Naast het feit dat ze de richting aanwijzen waarnaar je wenst te rijden (ze heten “richtingaanwijzers” in de boekskes), kunnen ze er ook op duiden dat je tijdelijk wenst stil te staan om allerlei redenen.

Zoals wachten op iemand, laden en lossen, je gps instellen enzovoort. Mij best. Waar ze niet toe dienen, is jou enkele uren cadeau geven om te gaan winkelen of ergens binnen te wippen zodat de slachtoffers van jouw dubbelparkeren – die zich ondertussen te pletter tuuteren –  jouw gezicht voor altijd zullen associëren met dat van een klojo.

Want dat is wat je dan bent. Een klojo.

Indien de overheid mij wenst te contacteren voor pamfletten, workshops en syllabi rond klojo’s en hun rijgedrag: weet bij dezen dat ik dit graag én gratis zal doen.

Spreekwoorden die geen steek houden en waarom

Als je maar iets vaak genoeg hardop zegt, heeft het geen betekenis meer. Dat weet iedereen die ooit wiet heeft gerookt. Dat wisten de uitvinders van spreekwoorden ook. We blijven hun (waarschijnlijk onder invloed van drugs bedachte) spreuken maar herhalen en hebben ondertussen niet door dat ze geen steek houden.

Leonid_Pasternak_-_The_Passion_of_creation
Dat zijn aambeien met slagroom … Verdomme waarom ben ik zo geniaal?”

Hoog tijd dus voor een helder hoofd en een kritische noot bij veel te vaak gebruikte spreekwoorden:

Al draagt de aap een gouden ring, het is en blijft een lelijk ding. Een aap is niet lelijk. Jij bent lelijk.

Eerlijk duurt het langst. Lang duren? Geeuw.

Als puntje bij paaltje komt. Welk puntje en welk paaltje? Heeft het te maken met landgoed? … Is het seksueel?

Beter één vogel in je hand dan tien in de lucht. Wie heeft er wat aan één vogel? Wat kan je daar mee doen? En zelfs al héb je er eentje gevangen, wat maakt het uit als je er eigenlijk tien wou? Typisch Belgisch om genoegen te nemen met minder.

Wie laatst lacht, best lacht. Ten eerste is de zinsbouw van dit spreekwoord van de pot gerukt (een spreekwoord dat ik tot aan mijn dood zal verdedigen). Het moet zijn: wie het laatste lacht, lacht het beste. Feit. Maar dat maakt zelfs niet uit want ten tweede is diegene die het laatst lacht, ook diegene die de mop niet doorhad. Die lacht dus niet het best maar het belachelijkst.

Belofte maakt schuld. Mensen die rekenen op gesproken woorden van andere mensen zijn ofwel naïef, ofwel masochistisch. In ieder geval: veel geluk!

Beter laat dan nooit. Als je leven er van afhangt, is laat even slecht als nooit want je bent hoe dan ook dood.

Ieder huisje heeft zijn kruisje. Is een kruisje nu goed of slecht in een katholiek land? … Is het seksueel?

Dat muisje krijgt nog een staartje. Alle muizen hebben al een staartje. Ik vind trouwens dat spreekwoorden te veel verkleinwoorden gebruiken.

Spreken is zilver, zwijgen is goud. Wat is er mis met zilver? Of met spreken? Wie is ooit rijk geworden van zwijgen? Of arm van spreken?

Hoogmoed komt voor de val. In het land van de spreekwoorden mag je niet zelfzeker zijn. Want dan val je. Nieuwsflits: iedereen valt – ook bescheiden idioten.

Na regen komt zonneschijn. Na regen komt vaak meer regen, of zelfs hagel. Op zijn minst een grijze hemel zonder zonneschijn, schat ik, in 60% van alle keren dat het ooit regent (ik ben geen meteoroloog).

Denk nou toch eens even na, mensen!

Wat ik me zoal afvraag (10)

Hier opnieuw een reeks onderwerpen waar ik – bij gebrek aan een toffe hobby – intensief mee bezig ben. Op sommige van deze vragen ken ik het antwoord, maar neem ik er geen genoegen mee.

Waarom ziet Patrick Stewart er na twintig jaar nog steeds hetzelfde uit?
Waarom is ‘Star Trek’ eigenlijk een cultreeks?

Waarom is ‘Showgirls’ een cultfilm?

Waarom zeggen we “kwartier” en niet “kwartuur”? Wat is een “ier”?

Waarom zeggen sommige mensen “bowlingen” en niet “bowlen”?

Waarom draaien bepaalde radiozenders harde fuifmuziek na 23u op een vrijdag- of zaterdagavond? Denken die dat jongeren hun radio aanzetten thuis en dan dansen en feesten?

Ben ik de enige die als kind dacht dat ‘Madammen met nen Bontjas’ van Urbanus tegen snobbige mevrouwen was? Terwijl dat tegen dierenleed blijkt te zijn?

Waarom is een decolleté van kleine borsten stijlvol en eentje van grote borsten vulgair?

Waarom geven ze bij junkfood geen vochtige doekjes om achteraf je handen te poetsen?

Wat is er opeens mis met gluten? (tenzij je glutenintolerantie hebt)

Waarom duurt het nu een halve dag als ik een digitaal paswoord wil veranderen?

En waarom hebben ze daar mijn gsm-nummer, een e-mailadres en mijn bloedgroep voor nodig?

Als personages in films agressief teelballen vastgrijpen met een “hmmmpf!”, om iets gedaan te krijgen van het slachtoffer, waarom doen ze dan ook “hmmmpf” als ze ze weer loslaten? Hoezo is dat een inspanning? Je laat toch gewoon los? (let er gewoon eens op)

Zijn homofobe mannen bang van homo’s omdat ze denken dat die hen hetzelfde zullen behandelen als zij vrouwen?

Hoe moeilijk is het om zonder dt-fouten te schrijven?

Waarom bestaat het gerecht ‘kapsalon’ niet buiten Antwerpen?

Waarom doet iedereen altijd alsof zure haring degoutant is? Terwijl dat supergoed verkoopt? Wie eet al die zure haring?

Waarom staan zovele mensen al recht, wanneer de tram of bus nog bijlange niet gestopt is?

Waarom miauwen poezen aan een gesloten deur, om je dan dommig aan te kijken en te blijven zitten als je de deur opent?

Waarom krijg ik meer likes op een stomme selfie dan op een blogpost waar ik écht moeite voor moest doen?

Waarom blijven bepaalde landen hun films maar dubben met hun eigen taal? Hoezo is dat nog maar legaal?

Hoe zou het nog zijn met die wereldwijde ‘ebola-epidemie’?

Dat was voorlopig weer alles.

Populaire liedjes, samengevat voor idioten en kinderen

Fonetisch meezingen met Engelstalige nummers kan zware gevolgen hebben. Zo maak je je als volwassene belachelijk als je met een zelfgemaakt woord door de mand valt tijdens een spontaan zangmoment. Wat is die muzikaal zeg, denken mensen dan, maar erg snugger nu niet. Ik zou zelfs bijna dom zeggen. Ikzelf verlies onmiddelijk respect voor iemand die doelloos meebrabbelt. Ik stel geen zware eisen aan mijn omgeving maar ze moeten tenminste een beetje research gedaan hebben alvorens het in mijn buurt op een potje idioot zingen te slaan. Heb wat zelfcontrole, in godsnaam.

Kinderen die fout meezingen zijn bijna even irritant, maar hebben vanwege hun niet-Engelse talenkunde nog een vrijkaart.

Ingeruild voor hun waardigheid.
Ingeruild voor hun waardigheid.

Misschien maar goed ook. Want de meeste liedjes gaan zoals iedereen weet over seks, liefde en drugs. De kinderen hebben het niet geweten, en komen er pas later achter waarover hun favoriete nummers écht gaan. Voor hen, en bovenvermelde idioten, een korte samenvatting van enkele bekende nummers:

Bill Withers – ‘Use me’: Bill Withers’ lief is niet zo tof, maar hij vindt seks met haar leuk dus da’s dan okee.

Michael Jackson – ‘Beat it’: Michael Jackson ontdekte een double entendre!

Michael Jackson – ‘Bad’: Mickael Jackson moest zelf zeggen hoe slecht hij wel niet is (“really really bad” klinkt het op de achtergrond) anders geloofde niemand hem.

Alanis Morissette – ‘Ironic’: Alanis Morissette weet niet wat het verschil is tussen pech en ironie (zoals al eerder aangeklaagd).

Raymond van het Groenewoud – ‘Twee Meisjes’: Raymond schrijft een mooi en diepzinnig lied over hoe hij een vieze gluurder is.

Lauryn Hill: ‘Doo Wop (That Thing)’: “That thing” = seks.

Shania Twain – ‘That don’t impress me much’: Shania gaat alleen en eenzaam oud worden.

Ricky Martin – ‘Livin’ la Vida Loca’: Ricky vertelt over een bloedhete maar geschifte griet die hem steeds ontglipt (alsof hem dat iets uitmaakte).

Weather Girls – ‘It’s raining men’: die Weather Girls zijn hetero en botergeil. We verheugen ons mee.

Britney Spears – ‘… One more time’: “hit me” wil blijkbaar iets goeds zeggen.

Spice Girls – ‘Wannabe’: seks met iedereen die met onze vrienden overeenkomt, is iets heel moois en langdurig.

Shaggy – ‘Mr. Boombastic’: Shaggy zegt van zichzelf dat ie goed is in bed.

TLC – ‘Waterfalls’: het leven op straat is verschrikkelijk en deze boodschap verpakken we in een prachtig klinkende song.

Red Hot Chili Peppers – ‘Under the Bridge’: heroïne nemen is slecht en gebeurt al eens onder een brug.

Nina Simone – ‘See-Line Woman: de vrouw in kwestie is een prostituée. Een verdomd goeie prostituée.

Ricky James – ‘Superfreak’: Rick is blij want hij vond eindelijk een griet die wierrook en kaarsen brandt in haar kamer en ook wijn drinkt. En dat is sexy.

MC Hammer – ‘U can’t touch this’: MC Hammer zegt van zichzelf dat ie geweldig is (en gaat daarna failliet).

Nirvana: ‘Smells like Teen Spirit’: Kurt Cobain wist het zelf niet, laat staan dat we er nu nog achterkomen. Waarschijnlijk drugs.

Ini Kamoze – ‘Here Comes the Hotstepper’: een misdadiger is op de vlucht voor de politie.

Harry Chapin – ‘Cats in the Cradle’: een vader is er niet voor zijn zoon en daarna omgekeerd. (waarschuwing: bij het écht beluisteren van deze tekst verlies je een stuk van je ziel)

Ziezo, alweer een hoop mooie herinneringen bevuild. Volgende keer meer!

4 ‘superfoods’ die niemand zou mogen lusten

Er bestaat een type mens. Een bepaald type mens, je kent er vast een. Soms hoor je ze van ver wauwelen. Soms van te dichtbij: op familiefeesten, in vriendenkringen, tijdens de kantooruren. Deze types wauwelen graag ongevraagd over iets waar ze zelfverklaarde experts in zijn: de menselijke gezondheid. Niet gehinderd door het ontbreken van een diploma in – zeg maar – geneeskunde, weten zij wat volgens nieuwste studies in Het Laatste Nieuws nu werkelijk kanker veroorzaakt, of toch waarschijnlijk. Waag het niet op een frietje te knabbelen want zout is de duivel en je zal het geweten hebben. Of was het nu suiker? Het verandert elk jaar – anders zullen we ineens maar alle smaken verbannen?

Havermout. Voor. Iedereen!
Havermout. Voor. Iedereen!

Er zijn ook etenswaren die zij met volle passie aanraden en liefst nog met een trechter je maag in zouden rammen. Die spijzen veroorzaken het tegenovergestelde van kanker, namelijk kapsones. Ik bedoel een gezond leven. Zij kunnen het weten: het zijn dokters in het diepst van hun zelfingenomenheid, alleen efficiënter: geen zeven jaar nutteloos studeren voor hen! Zij lazen een boek! Van een goeroe! En op vijf uur tijd waren ze gekwalificeerd om jou te helpen. Zodat je lang en saai kan leven.

Als je denkt er eentje te herkennen, blijf dan rustig en praat vooral niet over eten. Deze ‘experts’ ratelen bij de minste aanleiding hele lijstjes af van negatieve en positieve koolhydraten, goeie proteïnen, slechte combinaties en komen uit op de meest antioxidantste en de superste der foods. Enkele daarvan at je al. Andere daarvan kende je niet, tot hun grote vermaak en medelijden. Nog andere zijn in de wereld geplant als wrede moppen van God die vond dat gezondheid met een prijs moest komen: die van de kokhals. Al zullen ‘experts’ dat nooit toegeven. Te vaak heb ik hen schaamteloos zien vreten van walgelijk voer als:

1. Quinoa

Ik weet nog heel goed wanneer ik voor het eerst (en laatst) quinoa proefde: op een noodlottige dinsdag, voorts gekenmerkt door honger. Quinoa is een rijstachtig zaad uit Zuid-Amerika, waar het had moeten blijven. Deze zaden smaken naar een bitter verloren leven dat nooit enige geneugte of plezier heeft gekend. Terwijl ik de zaadjes maalde tussen mijn kiezen, vergat ik alles wat ooit lekker was. Ik vergat pure boter, frieten met stoofvlees, tikka massala, spaghetti bolognaise, manchego met kappertjes, visschotels met puree, sushi met zalmeitjes, lentesalades, geitenkaas met honing, pizza caprese van Testa Rossi, taboulé, feta, cheddar, broccolisoep, huisgemaakte garnaalkroketten en méér. Zoveel meer.

Et tu, kerstomaat?
Et tu, kerstomaat?

Ik kon enkel nog die verdomde quinoa beleven. De situatie duurde enkele uren. Het was de ergste dag van mijn leven, en ik was ooit in India.

2. Bieten

Lees dit goed – desnoods tweemaal – want ik ga het nog maar enkele keren herhalen: rode bieten smaken naar hetgeen waaruit ze gesleurd werden bij de oogst: aarde. Aarde. En niet de machtige aarde die je terugvindt in whisky, witte truffels of champignons. Neen, dit is de ik-ben-met-open-mond-van-mijn-fiets-gevallen-in-het-bos-tijdens-de-herfst soort aarde. Grond. Met toetsen van wormen en mos, verlaten vogelnesten en dooie kikkers. Zo smaakt een biet.

Het léf om hier rucola bij te betrekken.
Het léf om hier rucola in te betrekken.

Kruiden, garnituren, stomen noch grillen zal dit feit veranderen. Namelijk dat je grond eet. Stop met liegen.

3. Zwarte bonen

De kameleon onder de peulvruchten. Puur smaken deze zwarte parels naar… niets. Naar het pappige niets. Ze smaken nog minder naar iets dan kikkererwten. Je bakt ze in olie en ze smaken naar pappige olie. Je eet ze bij je tortilla en ze smaken naar nog pappigere guacamole. Je doet ze in je slaatje en dat slaatje wordt pappig.

Al ben ik de laatste om hierin te overdrijven.
Ik bespeur een rode draad.

En omdat zwarte bonen meestal bereid worden met afgrijselijke ingrediënten zoals quinoa en bieten, verdienen ze zeker een plaats tussen deze gezonde maar weerzinwekkende spijzen.

4. Peren

Deze belachelijke vruchten kennen maar twee toestanden: melig met brokken of steenhard met buikpijn achteraf. Als je al eens een sappig peertje vindt dat niet uit mekaar valt, kan je best meteen even op de lotto spelen. Ook de vorm van de peer is weinig uitnodigend. Begin je vanboven? Aan het putje van die steel? Of ga je voluit voor de zijlingse beet, waardoor je een scheef en uitgerekt klokkenhuis creëert? Dat je – als je niet meteen een vuilbak vindt – moet balanceren op zijn harige droge anjer?

Netjes geairbrusht in elke foto van een peer ooit.
Netjes gephotoshopt uit elke foto van elke peer ooit.

En dan dat perenvel, dat als laatste tussen je tanden blijft knarsen en in je keel blijft steken. Maar als je de peer pelt, staan je vingerafdrukken in het natte (of droge) vlees geschreven en moet je je handen een kwartier lang wassen. Is dit alles de vitaminen waard? Ik zeg luidop neen, want iemand moet het doen.

Je kan deze vier gruwelijke etenswaren trouwens makkelijk vervangen door de patat. Dat gele goud, die eeuwige rots in de branding, die in geen enkele vorm kan teleurstellen. ‘Experts’ geloven niet in de patat. Koolhydraten, daar zijn ze geen fan van. Zij zijn bijgevolg ook geen fan van het leven.

Hopelijk worden ze morgen niet overreden door een bus, want dan was nu werkelijk alles voor niets!

Wat ik me zoal afvraag (9)

Hier opnieuw een reeks onderwerpen waar ik – bij gebrek aan een toffe hobby – intensief mee bezig ben. Op sommige van deze vragen ken ik het antwoord, maar neem ik er geen genoegen mee.

Waarom ziet Patrick Stewart er na twintig jaar nog steeds hetzelfde uit?
Waarom ziet Patrick Stewart er na twintig jaar nog steeds hetzelfde uit?

Waarom schrijven we “euh” terwijl we duidelijk “uih” zeggen?

Ben ik de enige die bij het horen van het liedje ‘Help mij help mij uit de nood’, vroeger dacht aan een okkernoot?

En lijkt de intro van ‘Somebody that I Used To Know’van Gotye niet verdacht op de klassieker ‘Alle Eendjes Zwemmen In Het Water’?

Waarom bijt ik na jaren oefening toch nog op mijn tong?

Waarom mag Meredith Brooks “bitch” zeggen op de radio en mogen rappers dat zogezegd niet?

En waarom wordt dat klotenummer nog steeds zo vaak gedraaid?

Waarom vloeken we als het stom is, maar ook als het leuk is?

Waarom bestaat er geen achterpoortje in een ziekenhuis voor mensen die zopas slecht nieuws hebben gekregen?

Als ik onderteken met “Hanne”, en er staat “Hanne” in mijn e-mailadres, waarom schrijven bepaalde mensen dan nog steeds “Hanna”?

Hoe verantwoorden Vlaams-nationalisten hun Rode Duivels-manie?

En waarom kunnen scheidsrechters – zoals in tennis – geen beroep doen op de camerabeelden wanneer er twijfel is bij een fout? Waarom mogen zij een beslissing nemen, terwijl ze het misschien niet eens duidelijk gezien hebben?

En ook: waarom zijn er geen boetes voor voetballers die zich opzettelijk laten vallen?

Waarom maken slechteriken in sci-fi films nooit plezier? Gelijk, waarom zeveren die nooit?

Waarom maken ze schoenen met rits én veters? Als je te lui bent om je veters te knopen, doe dan ook niet alsof.

Hebben opticiens zo’n kleine lettertjes in hun affiches om ons te confronteren?

Waarom zijn sommige films +16, wanneer er op het nieuws zoveel horror te zien is?

Waarom menen sommige mensen dat leggings broeken zijn?

Waarom rijden bepaalde chauffeurs door wanneer het oranje is en het kruispunt al volledig geblokkeerd is?

Waarom leggen Antwerpenaren de nadruk op het laatste woord bij een plaatsbeschrijving? (Dageraadplaats, Amerikalei, Prins Boudewijnlaan, …)

Komen er binnenkort afbeeldingen van zieke levers en gebroken gezinnen op flessen vodka?

 

Dat was voorlopig weer alles.

Waarom ‘slechte’ reclame blijft bestaan

Mijn naam is Hanne en ik was ooit copywriter. Dat word je door te zeggen dat je het bent – een beetje als kunstenaar of filosoof. Of schrijver. Ik ben trouwens schrijver. Maar goed. Ik liep eerst stage bij een van de beste reclamebureaus van de wereld en daalde vervolgens hoopvol en ambitieus af naar de donkerste krochten van de Belgische commerce. Aldaar aangekomen zou ik ‘goede’ reclame maken: origineel, slim en grappig. Met uiteraard een ton woordspelingen. Tegenover wat ik zag (zie) als ‘slechte’ reclame: cliché, tenenkrullend en schreeuwerig. Ik zou mensen prikkelen, in plaats van lastig te vallen in hun onmiddellijke leefwereld. Wat ik toen nog niet wist, was dat prikkelen en lastigvallen niet ver uiteen liggen.

images-1

En dat zelfs ik niet ontsnapte aan ‘slechte’ reclame maken, met name omwille van de volgende redenen:

1. De klant

Bedrijven (of ‘merken’ zoals ze zichzelf graag noemen) doen beroep op een reclamebureau om campagnes te verzinnen die eruit springen, om het vervolgens beter te weten. Briefings krijgen steevast voetnoten met interne voorstellen. Intrigerende voorstellen ook, als ‘verzin een mascotte’ of ‘online enquête’. Geniale ideeën die zonder twijfel in een of andere bezemkast ontsproten zijn na een stevig potje gedachten wisselen.

Ik schreef een tijdje voor een bepaald automerk, dat als taboe-onderwerpen niet minder dan ‘de kerk’, ‘politiek’ en ‘seks’ had. Laat dat nu net de drie vlezige onderwerpen zijn waar een mens graag zijn vork in prikt. Ach. Dan maar de zoveelste “De stad is een jungle en jij rijdt met een Tarzan”-campagne.

2. Het beperkte budget

Over automerken gesproken: die hebben een probleem want mensen kopen steeds minder nieuwe auto’s. Niemand heeft tegenwoordig vijftienduizend euro liggen voor een auto met een touchscreen (is dat tijdens het rijden niet ontzettend gevaarlijk?). Het is crisis, weten we ondertussen. Maar niet alleen voor automerken: de meeste bedrijven hebben steeds minder budget, omdat de consument steeds minder budget heeft. Ze hebben dus reclame nodig, om hun geldbesparende acties in de kijker te kunnen zetten. Jammer genoeg kan daar geen groot budget voor worden voorzien, omdat hun verkoop verlies maakt. Een vicieuze cirkel van rotreclame.

Want een onbeperkt budget geeft makkelijker leuke ideeën. En ook: als je mensen niet veel geld geeft, komen ze zelden op de proppen met geniale en enthousiaste ingevingen. Zeker niet als het niet over seks mag gaan.

3. Mensen zijn dom

Tevens de reden waarom democratie op grote schaal niet werkt: het domme publiek is de standaard. Domme mensen houden van clichés, zoals vrouwen die te veel shoppen en niet kunnen parkeren en mannen die bier drinken en enkel aan seks denken. Domme mensen zijn de doelgroep van slechte reclame en verpesten het voor de rest. Maar ook in de reclamewereld zitten – geloof het of niet – domme mensen. Dit zijn de mensen die geloven dat wanneer iemand maar vaak genoeg een affiche of tv-spot ziet, uiteindelijk van het product zal beginnen houden. Een beetje als het Stockholmsyndroom, maar dan minder agressief.

Bij een bepaald bureau had ik een baas die steevast aanwezig wilde zijn op brainstorms (of: gezever dat een goed idee moet opleveren) en onze gesprekken steeds kruidde met de legendarische zin: “We moeten echt iets doen met social media, dat is de toekomst jongens toch!” omdat hij dat onlangs op een congres had horen verkondigen. Maar niet alleen onbenullige bazen mengen zich in het creatieve proces, ook accounts (voor de leken: die zijn mooi en praten vlot en fungeren als tolk tussen de klant en de creatieven) mogen graag hun eigen hersenspinsels opdringen. Die gaan van “Maak een T-shirt met de merknaam erop!” tot “Maak een pagina aan op Facebook!”. Waarom dan niet gewoon een ballon met een logo?

4. Social media

Het is niet genoeg dat onschuldige burgers om de oren worden geslagen met onnozele spots, slogans en acties op alle plekken waar ze eigenlijk ontspanning zoeken: op hun radio, op tv, in het straatbeeld en op toilet in horecazaken die iets wilden bijverdienen. Met de komst van het internet wordt de potentiële klant ook daar toegeschreeuwd, waar hij zich wil informeren, laten entertainen en contact wil zoeken met oude bekenden. Facebook is nu een combinatie van fotogenieke maaltijden, kwijlende baby’s en promotieacties geworden. In je newsfeed – sowieso een vuilbak van halfbakken campagnes – kan je ze wel weg klikken en aanduiden waarom, zodat ze de reclame kunnen vinden die bij jou past. Gelukkig maar!

Reclame op social media is niet alleen afstompend, het bestaat ook meer dan ooit uit mislukte oneliners en opvallend gepoogde foto’s, die de mensen zouden moeten intrigeren. Of toch genoeg om erop te klikken. Internet is immers voor de snellen, diegenen met een korte aandachtsboog. Daarom mag je na vijf seconden ook dat reclamefilmpje op YouTube weg klikken, zodat je het merk niet al te hard zou beginnen haten. Daarom strijden bewegende banners ook om je aandacht, ze weten namelijk dat het moeilijk kiezen is tussen de tekst die je eigenlijk wou lezen, of hun zoveelste flutaanbieding van de dag.

5. Tijdsgebrek

Reclame speelt graag in op hedendaagse gebeurtenissen, maar loopt onvermijdelijk achter. De tijd die nodig is om een campagne op poten te zetten is op zijn minst enkele maanden. Maanden die je niet hebt. Op internet zijn maanden jaren waard en ben je een pummel als je nu nog afkomt met de split van Jean-Claude Van Damme.

Creatieve teams mogen nog zo op de hoogte zijn (de meesten zijn het niet) van wat er leeft of ‘viraal’ gaat op het internet: er is gewoon geen tijd om erop in te spelen. Nu bestaan er speciale afdelingen binnen reclame die zich daarop concentreren en die enkel online campagnes doen. Dan nog is een week een maand waard. En dat was al een jaar.

6. België is tweetalig (en soms wel drietalig)

Wacht, laat me het uitleggen! Tweetaligheid (of drietaligheid) is mooi: meerdere talen kennen is goed voor je brein en je sociale kunde – om nog maar te zwijgen over de bewonderende blikken van buitenlandse sukkels die slechts hun eigen taal en enkele woorden in het Engels kunnen (tenzij ze Engelstalig zijn, dan kennen ze Engels en enkele woorden in het Spaans). Maar als een reclame moet kloppen in twee talen, die qua opbouw niet eens dezelfde stam hebben en die qua humor een heel andere invalshoek gebruiken, is het kiezen. En dat vertaalt zich in slogans die ofwel in het Nederlands, ofwel in het Frans geen steek houden.

Jammer genoeg wil de klant per se dat de boodschap dezelfde is in beide talen, ook al betekent dat, dat een van de taalgroepen zich onbegrepen en zelfs miskend zal voelen. Dit is het duidelijkst voelbaar op cornflakes verpakkingen. Lees die eens.

Ja, het is heerlijk vertoeven hier aan wal. Maar ik behoud me het recht voor om te reclameren (dit is een woordspeling, voor alle duidelijkheid). Het is een schande dat fake ads beter zijn dan echte. Dat je voor elke ‘goede’ reclame honderd ‘slechte’ moet verdragen. Ik pleit voor een betere deal. Ze mogen me lastigvallen – zolang het op een originele, slimme of grappige manier is. Anders is het gewoon stalking.

Het jaar van Het Ei

2013 was het jaar van GAS-boetes die ons verstikten, klokkenluiders die wereldmachten verklikten en een van de grootste tropische stormen die we ooit gezien hebben – al lijkt dat laatste vreemd genoeg jaarlijks terug te keren. Helden op uiteenlopende vlakken Nelson Mandela, Roger Ebert, pdw en Lou Reed zijn er niet meer. Langs de andere kant kwamen de leden van Pussy Riot vrij, kregen we een nieuwe paus en de kerk daarmee een nieuw begin en kreeg België er een Nobelprijswinnaar bij.

Een status quo dus!

Wat er ook gebeurde, ik was er steeds als de kip bij om mijn ei te leggen. Ik benadruk graag dat ik niet boven flauwe woordspelingen sta en zal me er ook niet voor excuseren. En het heeft me geen windeieren gelegd (aanvaard het gewoon). Want ook Het Ei is nu een jaar verder – het enige voornemen dat ik heb waargemaakt naast “meer drinken, minder katers”.

Als jij nu denkt dat ik niet zelfgenoegzaam genoeg ben om voor die aangelegenheid een jaaroverzicht ter ere van mezelf te maken, hou je dan vast voor de verrassing van je leven want hier komt het populairste, het beste én het slechtste van Het Ei in 2013:

Het populairste (volgens de statistieken)

1. Over een vader die graag plaagde

2. Het meest beschamende moment van mijn leven*

3. Een ontmoeting met een voetfetisjist

4. Je hebt dus besloten om te stoppen met roken

5. Ode aan social media

Ik geloof niet dat het toeval is dat wanneer ik op mijn meest exhibitionistische ben, mijn leescijfers de hoogte ingaan. Dit is tenslotte het tijdperk van de reality shows. Hopelijk zal ik ook in 2014 de nieuwsgierigheid van het publiek kunnen blijven uitbuiten!

Het beste (volgens mezelf)

1. Over een vader die graag plaagde, omdat ik nooit gedacht had dat ik mijn vader zou kunnen samenvatten in een tekst. Laat staan een titel.

2. Het verschil tussen ironie en sarcasme, omdat ik nooit zal stoppen met strijden voor taalrechtvaardigheid.

3. De champieter kwiet, omdat ik niets liever doe, dan een stevig potje haten.

4. Zijn vrouwen nu grappig of niet?*, omdat ze het godverdomme zijn.

5. Kleine lettertjes en asterisken*, omdat het toch waar is verdorie.

Het slechtste (volgens mezelf)

1. De Dag van de Respectloosheid, omdat ik niet wist wat schrijven en slechtgehumeurd was.

2. Waarom vrouwen nooit kunnen winnen, omdat ik zelf niet meer lijk te snappen wat ik nu precies wil zeggen.

3. Een korte inleiding tot koeioneren, omdat sarcasme als schrijfvorm niet altijd de oplossing is.

4. De reeks Wat ik me zoal afvraag, omdat het lui is: ik verzamel gewoon wat ik me afvraag. Die foto van Jackie Chan hangt me eerlijk gezegd ook mijn voeten uit.

5. Afscheid nemen bestaat niet, omdat ik een kleinzielig verwend nest ben als ik niet even een babbeltje kan slaan.

Wat brengt 2014 voor Het Ei? Allereerst nog meer antwoorden op vragen die ik zelf stel. En zoals gezegd meer exhibitionisme maar ook meer ‘Wat ik me zoal afvraag’ (mijn voornemen is om mijn luiheid te aanvaarden), kleinzieligheid en zelfs recepten. Ja, recepten. Gewoon omdat ik het kan.

Dat wordt wat jongens!

Wat ik me zoal afvraag (8)

Hier opnieuw een reeks onderwerpen waar ik – bij gebrek aan een toffe hobby – intensief mee bezig ben. Op sommige van deze vragen ken ik het antwoord, maar neem ik er geen genoegen mee.

Blah
Waar blijft de split van Jackie Chan?

Doen zogenaamd lesbische pornoactrices elkaar geen pijn met die lange nagels?

En waarom zijn naaktfoto’s in zwart-wit stijlvol en geen porno?

Waarom is er nog altijd vertraging op de lijn tussen nieuwslezers en journalisten ter plaatse?

Kan politicus zijn effectief van ouder op kind worden doorgegeven zoals in de adel?

Waarom staat er geen ‘delete’ knop op een Mac?

Hebben de seizoenen ooit ‘juist’ gelegen?

Als idolen verafgoden niet mag volgens de bijbel, waarom heeft de kerk dan een paus die door iedereen aanbeden wordt?

En is het niet ironisch dat het symbool van een vredelievende religieuze organisatie het verschrikkelijke foltertuig van zijn oprichter is?

Waarom is Frans spreken zo’n principiële kwestie, terwijl niemand een probleem heeft met Engels?

Waarom weet ik nu pas dat walnoten en okkernoten hetzelfde zijn?

En waarom heb ik nu pas door dat ‘Sweat’ van Inner Circle over seks gaat?

Wat is er ooit geworden van het iconische ‘MTV Unplugged’?

Wat is nu de juiste manier om je tanden te poetsen? Mijn tandarts zegt elke keer iets anders.

Wat is er ooit geworden van de woede omtrent ‘Femme de la Rue’?

Als het je voornaamste job is, hoe moeilijk is het dan om een trein op tijd te laten komen?

Waarom heeft Brussel als hoofdstad van Europa geen degelijke stadsplanning?

Waarom zijn Belgen zo goed in reclame maken?

Waarom smaakt kaas die ruikt naar natte, oude sportschoenen zo lekker?

Is gsm-straling nu schadelijk of niet?

Zullen mijn toekomstige kinderen me te slim af zijn wat computers betreft?

 

Dat is voorlopig weer alles.