De champieter kwiet op de radio

Zijn moeder dweepte altijd: de champieter kwiet heeft heel wat te vertellen en een zoetgevooisde stem op de koop toe. Bij radiozenders zoeken dit soort mensen. Luisteraars willen immers niet enkel plaatjes horen maar ook het mondaine geleuter van de doordeweekse joviale goedzak. Bij alle zenders, lijkt het wel. Want in de auto komt hij – ondanks je wanhopig gezap – dag en nacht naast je terecht, om je te vertellen wat er nu allemaal zo plezant is in de wereld. Daarbij schuwt hij de overtuigende woorden “fantastisch” en “veel” en “lol” helaas niet.

De radio: efficiënter dan therapie sinds 1919!
De radio, efficiënter dan therapie sinds 1919.

Superlatieven genoeg op de radio. Mentale uitroeptekens bonken in je oren want alles is “leuk!”. “Echt echt echt!” leuk. Echt! En als iets niet leuk dreigt te zijn, wordt het even ernstig in de studio: “Oei ja daar in de Gaza, dat is toch niet zo heel fijn.” Maar daarvoor dienen nieuwslezers in feite, die ook na hun droge afrateling even een lollig praatje blijven slaan met de eeuwig gevatte presentator. Of beter, zich een praatje laten slaan want meer dan een “absoluut” komt er toch niet uit, boven het gekakel en de originele vragen van de champieter kwiet. “Absoluut”. Dat woordje leren ze elke startende radiopersoon aan, omdat het langer en dus beter is dan “ja”. Tenzij “goh, ja“. Dat mag weer wel want het klinkt bedachtzaam.

Als ze niet meer weten wat zeggen, kunnen ze nog steeds terecht bij “euhm”. Maar niet zomaar “euhm”. Het is schattig euhmen, met de kopstem gezongen in crescendo. Probeer het eens en voel het pluizen in je hart. Naast deze snoezige stijl mogen ze ook graag hun patroonheilige Bart Peeters en diens stijlvolle stotter imiteren. Elk woordje ploft en remt en wer-ke-lijk el-ke let-ter-greep krijgt een na-druk en sym-pa-thiek dat dat is! Nu nog een “fan-tas-tische plaat” en we zitten helemaal tjok-vol wol.

Afgebeeld: de beste presentator van Vlaanderen.
Afgebeeld: de beste presentator van Vlaanderen.

Dat treft, want je kan bellen en verzoeknummers aanvragen! Spotify en YouTube en iTunes bestaan niet in de wereld van de radio. Verzoeknummers zijn bijzonder! En jij ook, want de presentator kent je naam meteen vanbuiten: “En ERIK, wat doe jij zoal ERIK?”. Als er iets te winnen valt, zijn dat steevast dvd-pakketten en cd’s. Dvd’s en cd’s zijn bijzonder! Hoe kan je anders naar je favoriete film kijken of je favoriete nummer beluisteren?

We werken eraan.
We werken eraan.

Dat laatste gaat dus op de radio –  als je veel geduld hebt en het stompzinnige gekwek van de presentator er bovenop wenst. Hij vertelt je roddels en nieuwtjes “van op Twitter” zodat je “helemaal mee” bent en praat gezellig over alle intro’s – of outtro’s – heen. Dat geeft zijn woorden kracht. Om maar te zwijgen over zijn lachje na een alweer volgens zichzelf geslaagde mop. Volgens mij oefenen ze dagelijks op hun sympathieke lachjes. “Haha!” – kippenvel. Ook met de eerste gitaarakkoorden van ‘Smells Like Teen Spirit’ op de achtergrond, een “klassieker”. “Ik was eeuwig en altijd fan van Nirvana”. Gisteren was hij nog eeuwig en altijd fan van Milk Inc. Wie is het nu, verduiveld?

Iedereen, da’s wie. Iedereen maakt steengoeie muziek. Ook de Black Eyed Peas.

Ze lijken wel van de toekomst.
Die lijken wel van de toekomst.

De champieter kwiet op de radio weet alles en vindt datzelfde alles toevallig ook goed. Of beter, prima. Nee hoor: geweldig! Intussen rol ik zo hard met m’n ogen dat ik een gevaar ben op de weg. Moet ik dan werkelijk het gevang in omdat een radiopresentator voor de zoveelste keer “gigantisch veel” zegt?

Het jaar van Het Ei

2013 was het jaar van GAS-boetes die ons verstikten, klokkenluiders die wereldmachten verklikten en een van de grootste tropische stormen die we ooit gezien hebben – al lijkt dat laatste vreemd genoeg jaarlijks terug te keren. Helden op uiteenlopende vlakken Nelson Mandela, Roger Ebert, pdw en Lou Reed zijn er niet meer. Langs de andere kant kwamen de leden van Pussy Riot vrij, kregen we een nieuwe paus en de kerk daarmee een nieuw begin en kreeg België er een Nobelprijswinnaar bij.

Een status quo dus!

Wat er ook gebeurde, ik was er steeds als de kip bij om mijn ei te leggen. Ik benadruk graag dat ik niet boven flauwe woordspelingen sta en zal me er ook niet voor excuseren. En het heeft me geen windeieren gelegd (aanvaard het gewoon). Want ook Het Ei is nu een jaar verder – het enige voornemen dat ik heb waargemaakt naast “meer drinken, minder katers”.

Als jij nu denkt dat ik niet zelfgenoegzaam genoeg ben om voor die aangelegenheid een jaaroverzicht ter ere van mezelf te maken, hou je dan vast voor de verrassing van je leven want hier komt het populairste, het beste én het slechtste van Het Ei in 2013:

Het populairste (volgens de statistieken)

1. Over een vader die graag plaagde

2. Het meest beschamende moment van mijn leven*

3. Een ontmoeting met een voetfetisjist

4. Je hebt dus besloten om te stoppen met roken

5. Ode aan social media

Ik geloof niet dat het toeval is dat wanneer ik op mijn meest exhibitionistische ben, mijn leescijfers de hoogte ingaan. Dit is tenslotte het tijdperk van de reality shows. Hopelijk zal ik ook in 2014 de nieuwsgierigheid van het publiek kunnen blijven uitbuiten!

Het beste (volgens mezelf)

1. Over een vader die graag plaagde, omdat ik nooit gedacht had dat ik mijn vader zou kunnen samenvatten in een tekst. Laat staan een titel.

2. Het verschil tussen ironie en sarcasme, omdat ik nooit zal stoppen met strijden voor taalrechtvaardigheid.

3. De champieter kwiet, omdat ik niets liever doe, dan een stevig potje haten.

4. Zijn vrouwen nu grappig of niet?*, omdat ze het godverdomme zijn.

5. Kleine lettertjes en asterisken*, omdat het toch waar is verdorie.

Het slechtste (volgens mezelf)

1. De Dag van de Respectloosheid, omdat ik niet wist wat schrijven en slechtgehumeurd was.

2. Waarom vrouwen nooit kunnen winnen, omdat ik zelf niet meer lijk te snappen wat ik nu precies wil zeggen.

3. Een korte inleiding tot koeioneren, omdat sarcasme als schrijfvorm niet altijd de oplossing is.

4. De reeks Wat ik me zoal afvraag, omdat het lui is: ik verzamel gewoon wat ik me afvraag. Die foto van Jackie Chan hangt me eerlijk gezegd ook mijn voeten uit.

5. Afscheid nemen bestaat niet, omdat ik een kleinzielig verwend nest ben als ik niet even een babbeltje kan slaan.

Wat brengt 2014 voor Het Ei? Allereerst nog meer antwoorden op vragen die ik zelf stel. En zoals gezegd meer exhibitionisme maar ook meer ‘Wat ik me zoal afvraag’ (mijn voornemen is om mijn luiheid te aanvaarden), kleinzieligheid en zelfs recepten. Ja, recepten. Gewoon omdat ik het kan.

Dat wordt wat jongens!

De champieter kwiet als baas

Ook champieter kwieten worden oud. En omdat ze goed kunnen bluffen, schoppen ze het vaak ver in het leven. Ze worden het type hoge pief waarvan iedereen zich afvraagt waaraan hij dat precies heeft verdiend.

Misschien dankzij zijn hevige empathie voor de modale werknemers, die hij elke dag “schatten” noemt. Hij verdient dan wel meer, zijn afkomst zal hij nooit vergeten. Daarom slaat hij praatjes met ieder die dankbaar is dat de baas tijd maakt voor ondergeschikten. Over voetbal, vrouwen, auto’s. Onderwerpen die volgens hem leven onder bevolking. Ter voorbereiding bekijkt hij documentaires met veel data en feiten, die hij nonchalant ten strijde gooit. “Tja, men kan zich afvragen in hoeverre het feminisme nog een plaats heeft in onze moderne samenleving”. Hij is een man van het volk maar ook een uomo universale.

bla
“Dienen Da Vinci, da was toch nogal ne zot he.”

Of omwille van zijn ijver. Ook tijdens de lunchperiode is hij druk bezig klanten binnen te halen. Getuige de dranklucht die rond hem hangt als een aura van business smarts. Aan toekomstvisie ontbreekt het hem evenmin. “Die social media, dat wordt wat, jongens!”. Als we hem mogen geloven, wordt dat een echte hype. Gelukkig heeft hij eens een congres bezocht of dit was ons nog ontgaan.

Klasse, vraag je? Het spuit zijn oren uit. Zijn jonge onterechte ijdelheid heeft plaatsgemaakt voor oude misplaatste arrogantie. Dure doch smakeloze schoenen worden geplant op elke tafel in zijn nabijheid. Huid en vlees zichtbaar uit zijn hemd stulpend totdat zijn navel tussen de knoopjes verschijnt. Klasse. Managen? Doet hij volgens het boekje. Als dat boekje geschreven is door andere champieter kwieten. Vrouwelijke collega’s zijn er om te minachten of te begeilen. Dat hangt van hun algemene houding af. Alsook het feit of ze een schouderklopje dan wel oogcontact krijgen.

Aldus verdiende de champieter kwiet zijn functie. Uiteindelijk vragen wij ons af waaraan zijn werknemers dat verdiend hebben.

De champieter kwiet gaat op reis

“Waar ik naartoe ga, die mensen hebben daar dus echt niks, hè,” fluistert hij plechtig, zijn gesprekspartner streng in de ogen starend. Zijn hand rond een halflege pint op de toog. “75% van die bevolking leeft onder de armoedegrens”. Voordat hij zijn reisplannen bekendmaakte, had hij niet voor niets uren op Wikipedia doorgebracht. Wanneer het café volloopt, wordt het moeilijker om de luidste stem te hebben. Dus richt hij zich maar tot de barman, die spijtig genoeg niks af te wassen heeft. “En toch zijn die gelukkiger dan ons!”

Dat ziet hij meteen bij zijn aankomst aan de lachende gezichten, nieuwsgierige blikken en uitgestrekte handjes waar hij passeert. Dat is nogal wat anders dan in België, het land van de cynische mopperpotten. En de ‘vrouwtjes’ zijn hier ook zo lief, zo begrijpend. Niet als die wantrouwige azijnpissers van bij ons, met hun vingers gereed aan de pepperspray. Neen, deze hemelse schepseltjes lachen met zijn zweterige moppen, ook al krijgt hij gaandeweg de indruk dat ze niet zo vlot Engels praten. Maar de taal van de humor is universeel.

"Mijne yang is hier nogal aan het yinnen, zeg!"
“Mijne yin is hier nogal aan het yangen, zeg!”

Omdat hij hoorde dat de mensen hier extreem gastvrij zijn, besluit hij aan te kloppen bij het gezin van de toektoek-chauffeur die hem al dagen volgt. En warempel, de geruchten blijken waar. Puii is reeds na enkele uren zijn beste vriend geworden en overlaadt hem met complimentjes, snoepjes en lekker eten. Nu zal hij voor het eerst échte rijst eten. Lekkerder dan die van in België vindt hij hem niet, maar hij proeft wel dat het gezonder is. Wat een ervaring. Wat een land.

Een land waar kinderen voortdurend buiten spelen, alsof ze geen school hebben. Die snappen de natuur nog. Met graagte poseren ze samen met hem voor de foto’s die hij op Facebook zal zetten met als onderschrift ‘My new buddy’s!’. Eén van hen heet Monni en wordt helemaal wild wanneer de kwiet zijn portefeuille bovenhaalt, om foto’s van zijn lief te laten zien. Wild en nieuwsgierig, met zijn naarstige vingertjes blijkbaar zoekend naar nog meer foto’s.

“Ik ben echt helemaal zen nu,” benadrukt hij eenmaal teruggekomen in zijn stamcafé. “Veel geleerd over het Boeddhisme, 75% van de bevolking beoefent die godsdienst!”. “Zouden dat diezelfden zijn, die onder de armoedegrens leven?” vraagt de barman. De kwiet is goed geworden in het negeren van uitlachen en vraagt hem of hij ooit van Singha-bier gehoord heeft.

Natuurlijk heeft ie dat niet. Eén-nul voor de kwiet.

De champieter kwiet gaat op bedrijfsfeest

Daar staat hij te glanzen, de eeuwige champieter kwiet. Grondig gedoucht en gladgeschoren, geurend naar ingekookt testosteron en speurend naar die knappe nieuwe receptioniste. Hij wacht tot ze genoeg wijn gedronken heeft. Dan zal hij haar toevallig tegen het lijf lopen en vragen hoe het haar hier bevalt. En haar op het hart drukken dat als er iets is, ze altijd met hem kan komen praten, want “ik heb zelf ook al serieus wat meegemaakt hier.”

Zoals toen de nieuwe accountant was gaan klagen over zijn goedbedoelde sms’jes. Werkelijk niet te geloven hoe koud sommige vrouwen kunnen zijn.

Maar voorlopig is hij bij de IT mensen gaan staan, om te babbelen over de beveiliging van het internet op het werk, en of ze echt kunnen nagaan wie welke sites bezoekt. En of zo’n dingen gemeld worden bij managers – of echtgenotes.

Hij zou liever met die managers klinken. Maar ze worden stil als hij erbij komt staan. Buiten die ene die hem altijd vraagt aan de hoeveelste pint hij al zit. Dan lacht hij schaapachtig, want hij heeft er nog niet genoeg op om een gevat antwoord te geven. Terug naar de IT mensen, die oordelen tenminste in stilte.

Het wordt later en de nieuwe receptioniste heeft vriendinnen gemaakt. Ze gieren het uit en geven elkaar speelse duwtjes, vrouwen ondereen. Onweerstaanbaar voor een champieter kwiet. Hij vindt een opening in hun pleziercirkel en lacht meteen mee. “Amai dat is hier precies dikken ambiance bij de vrouwtjes!” benadrukt hij. Hun blikken vermijden zijn bezweet gezicht en vinden een uitweg in elkaars ogen.

Maar ik dacht dat we strippoker zouden spelen...
Ben ik dan echt de enige die mij een toffe gast vindt?

Wanneer één van ‘de vrouwtjes’ vertrekt, ziet hij zijn kans schoon. Hij geeft haar een plakkerige zoen op de mondhoek terwijl hij haar, met zijn hand op haar zij, naar zich toetrekt. Met zijn andere hand neemt hij haar nek vast. Een eenzijdig romantisch moment. Die handeling zal zich bij elke vrouw herhalen, buiten die accountant. En bij elke man, buiten de managers. Met elk ‘glaasje’ stijgt zijn nood aan geknuffel, zeker met mensen die het dulden.

Hij blijft tot het einde, met als enige een das rond zijn hoofd, en gaat daarna naar ‘die van ons’. Maar zoals hij berekend had, komt hij eerst nog de receptioniste tegen op de parking. “Héééé! Ik heb van u nog geen knuffel gekregen, stoute madam!” waarop ze haar sleutels zoekt in haar handtas. Met open armen wankelt hij naar haar toe om haar met handtas en al te omhelzen. Zijn natte lippen mompelen op haar nek “Ge weet het hé. Bij mij kunt ge altijd terecht. Ge weet het.”

Ze weet het inderdaad: het is niet omdat je geen vlieg kwaad doet, je geen kleverig web kan spannen.

De champieter kwiet

Je kent hem wel, deze kwiet. Het joviale gezelligheidsmonster met een abonnement op rode of blauwe geruite hemden met korte mouwen. Mét das als er iets te vieren valt. Hij  laat zich graag gelden door flessen ‘bubbels’ te openen, om dan te kwekken over het ‘maagdenscheetje’ en ‘het engeltje dat op je tong pist’. Soms zegt hij ‘champieter’. Dan vraagt hij een ‘flesje champieter’ want hij houdt van verkleinwoorden.

Champieter, alleen voor connoisseurs
De gloriejaren van champagne lijken zo ver weg.

Het type man dat ‘bibi’ zegt en te veel gel draagt en veel te straffe eau de toilette. Een duur merk, om zeker te zijn dat hij lekker ruikt.

Hij kan goed luisteren, deze kwiet. Naar ‘de vrouwtjes’. En naar meningen van mensen die wél kennis van zaken hebben. Dan gaat hij op café en geeft de blijde boodschap door. Soms haalt hij concepten door elkaar. Maar dat heeft niemand door. Op café kan je geen indruk maken wanneer iedereen liever heeft dat je zwijgt. Dat heeft hij dan weer niet door.

Onder zijn vrienden heerst een hiërarchie van vermeende kennis en weetjes, liefst over onderwerpen waarvan zij menen dat ze chique zijn, zoals moderne kunst, klassieke muziek, de culinaire wereld en whisky. Soms waagt hij zich aan wijnproeverij, dan vooral op restaurant wanneer iedereen kijkt. De ober herkent zijn handgebaar en vult een bodempje. De kwiet heft het glas in het licht en knijpt zijn ogen tot spleetjes. De wijn golvend in het draaiende glas. Hij steekt zijn neus in het glas en snuift eens. Maar dat was maar voorspel. Nu slurpt hij met veel kabaal de wijn op, spoelt er zijn mond mee en slikt door. Hij knikt naar de ober die zich geen blijf weet met al deze expertise. Die wou gewoon weten of er kurk in zat.

De kwiet heeft aldus besloten, dat de wijn goed is. Hij is nu de alfa-man, of toch in zijn eigen ‘wereldje’.