Een pleidooi voor de juiste definitie van ironie

Sarcasme. Satire. Ironie.

We gebruiken deze woorden te pas en te onpas, omdat we denken dat ze onze gesprekken (en dus ons) cachet geven.
En cachet is goed. Iedereen wil cachet! Maar niet iedereen verdient cachet.

En helemaal niemand verdient dat kapsel.
En helemaal niemand verdient dat kapsel.

Want woordenboeken, Wikipediapagina’s of ambitieuze blogposten ten spijt, niemand schijnt te weten wat sarcasme, ironie of satire nu precies is. De geschreven definities zijn te vaag, te algemeen, elkaar te tegensprekend (wie schrijft die dingen?). Dus beslissen we in de praktijk maar zelf: het is allemaal ‘spot. Voilà. De Vlaming heeft gesproken. Sarcasme? Da’s satire want eveneens spot. Ironie? Ook spot, dus hetzelfde als sarcasme. Satire? Eén spot nat. Woordspelingen zijn ook humor.

Gele pulls ook.
En gele pulls ook.

Wel, ‘spot’ is niet goed genoeg. ‘Spot’ is rommel. ‘Spot’ is belachelijk. Waarom maken we geen onderscheid binnenin spot? Zoals Engelstaligen dat zo mooi doen? Zijn wij daar niet genuanceerd of slim genoeg voor? Zijn Engelstaligen slimmer dan wij?

Zelfs de ‘slimme’ media van Vlaanderen (dat was sarcasme) halen de begrippen constant door elkaar. Bespottelijk. (ha!) Laatst zag ik als krantenkop een citaat van een minister tegen een andere: “Haal die ironische grijns van uw gezicht!”. Bedoelde hij sardonisch? Want dat lijkt er wat op en het zou kloppen. In ieder geval, dit is dus waar ons belastingsgeld naartoe gaat.

Ach, in Canada hebben ze grotere problemen.
In Canada hebben ze grotere problemen.

Kijk. Ik ben dertig. Ik wil rustig mijn leven leiden. Maar helaas, zelfs mijn nakende moederschap – toch een ingrijpende gebeurtenis in iemands leven – kan de boel niet relativeren. Zie hier dus voor mijn gemoedsrust, nogmaals de verschillen tussen sarcasme, ironie en satire, geschetst met Engelstalige humor, want die weten tenminste waarover ze spreken.

Hoewel er uitzonderingen zijn.
Er zijn natuurlijk uitzonderingen.

 

Sarcasme
Sarcasme is het omgekeerde zeggen van wat je vindt. Liefst met een wijsneus-toontje of op zijn minst een droge blik.

“Dat nieuwe nummer van de Black Eyed Peas is echt geniaal!”, bijvoorbeeld. Of “Wanneer komt er nu nog eens een nieuwe superhelden-film uit? Da’s zo lang geleden!”

Hier een nog betere, vanuit The Simpsons:

 

Of van de koning van sarcasme, Jerry Seinfeld:

 

Ironie
Denk nu niet dat ik de ironie niet waardeer, wanneer iemand beweert te weten wat ironie is en helemaal fout is. Ik waardéér dat. Ik glimlach met mijn hart. Toch even herhalen wat ironie precies is, want ik ween tegelijk met mijn brein: het is het omgekeerde verkrijgen van wat de bedoeling was.

The Tree of Irony
© The Perry Bible Fellowship

 

Een definitie in gezang nodig? (wacht tot op het einde)

 

Of gaan we eventjes terug naar onze kindertijd, toen we blijkbaar wel wisten wat ironie was?

 

Ik kijk niet alleen naar cartoons:

 

En ik vertel er graag ook even bij wat ironie niet is. In bold. Ook in italic? In orde: ironie is niet alléén sarcasme, een grof mopje, een ongelooflijk toeval, brute pech of schadenfreude. Er is meer voor nodig: een bedoeling.

Satire
Deze gooi ik er gewoon voor de lol bij, omdat ik vaak de indruk krijg dat mensen satire bedoelen wanneer ze ironie zeggen. Satire is op een intelligente manier spotten met iets. Dat kan met sarcasme of ironie of allebei!

De koning van de satire is Stephen Colbert:

 

Of was Greg Giraldo tijdens Comedy Central’s roasts:

 

Hè hè. Dat doet deugd.

Ik voel me goed. Bomvol cachet. Ik maak me sterk dat dit een relevant onderwerp is, dat ik iedereen nu voor altijd heb overtuigd, en dat we er eindelijk over kunnen zwijgen. Hoera!

Ontbijt op bed is een leugen

Niemand geniet van ontbijt op bed, kunnen we alsjeblief stoppen met daarover te liegen?

Slapen is geweldig, zo weet iedereen. Als je iemand ontmoet die dat tegenspreekt, loop dan hard weg en kijk niet achterom. De zot. Niemand met gezond verstand haat slapen.

Wakker worden daarentegen, is weer wat anders.

En het is nog niet erg genoeg dat je uit een heerlijke slaap (en misschien wel uit een of andere gekke erotische droom) ontwaakt, staat daar ook nog eens iemand vrolijk te wezen met een hoop croissants. Al ooit croissants gegeten? Die kruimelen. Dat zijn bedkruimels die je er nooit uitkrijgt en dat kriebelt. Moet je je lakens vervangen omdat iemand lief wou doen?

Zwijg me over zachtgekookte eitjes. Eigeel zal druppen. Dat is wat het doet.

En waar zet je dat eten eigenlijk? Het staat clichématig gezien op een dienblad, maar waar zet je dat dienblad? Op je knieën terwijl je krampachtig recht probeert te zitten? Op je schoot in een pijnlijke kleermakerszit? Op kussens? Op kussens, op een wiebelende matras? Waardoor je glas fruitsap omvalt?

Het erge is dat die persoon zo z’n best heeft gedaan en je moet doen alsof het super is. Je begint je dag dus niet alleen kruimelig, maar ook hypocriet. Hoe dan ook met een vreselijke adem. Een gevaarlijke combinatie.

De dag is om zeep.

Je leven is geen reclamespot – niemand is goedgezind als ie pas wakker is. De meesten onder ons willen gewoon plassen en daarna een kop koffie. Wie wordt in hemelsnaam wakker met onmiddellijke honger? De allereerste seconde van je dag? Ogen open en honger?

Mensen met een lintworm.

Spreekwoorden die geen steek houden en waarom

Als je maar iets vaak genoeg hardop zegt, heeft het geen betekenis meer. Dat weet iedereen die ooit wiet heeft gerookt. Dat wisten de uitvinders van spreekwoorden ook. We blijven hun (waarschijnlijk onder invloed van drugs bedachte) spreuken maar herhalen en hebben ondertussen niet door dat ze geen steek houden.

Leonid_Pasternak_-_The_Passion_of_creation
Dat zijn aambeien met slagroom … Verdomme waarom ben ik zo geniaal?”

Hoog tijd dus voor een helder hoofd en een kritische noot bij veel te vaak gebruikte spreekwoorden:

Al draagt de aap een gouden ring, het is en blijft een lelijk ding. Een aap is niet lelijk. Jij bent lelijk.

Eerlijk duurt het langst. Lang duren? Geeuw.

Als puntje bij paaltje komt. Welk puntje en welk paaltje? Heeft het te maken met landgoed? … Is het seksueel?

Beter één vogel in je hand dan tien in de lucht. Wie heeft er wat aan één vogel? Wat kan je daar mee doen? En zelfs al héb je er eentje gevangen, wat maakt het uit als je er eigenlijk tien wou? Typisch Belgisch om genoegen te nemen met minder.

Wie laatst lacht, best lacht. Ten eerste is de zinsbouw van dit spreekwoord van de pot gerukt (een spreekwoord dat ik tot aan mijn dood zal verdedigen). Het moet zijn: wie het laatste lacht, lacht het beste. Feit. Maar dat maakt zelfs niet uit want ten tweede is diegene die het laatst lacht, ook diegene die de mop niet doorhad. Die lacht dus niet het best maar het belachelijkst.

Belofte maakt schuld. Mensen die rekenen op gesproken woorden van andere mensen zijn ofwel naïef, ofwel masochistisch. In ieder geval: veel geluk!

Beter laat dan nooit. Als je leven er van afhangt, is laat even slecht als nooit want je bent hoe dan ook dood.

Ieder huisje heeft zijn kruisje. Is een kruisje nu goed of slecht in een katholiek land? … Is het seksueel?

Dat muisje krijgt nog een staartje. Alle muizen hebben al een staartje. Ik vind trouwens dat spreekwoorden te veel verkleinwoorden gebruiken.

Spreken is zilver, zwijgen is goud. Wat is er mis met zilver? Of met spreken? Wie is ooit rijk geworden van zwijgen? Of arm van spreken?

Hoogmoed komt voor de val. In het land van de spreekwoorden mag je niet zelfzeker zijn. Want dan val je. Nieuwsflits: iedereen valt – ook bescheiden idioten.

Na regen komt zonneschijn. Na regen komt vaak meer regen, of zelfs hagel. Op zijn minst een grijze hemel zonder zonneschijn, schat ik, in 60% van alle keren dat het ooit regent (ik ben geen meteoroloog).

Denk nou toch eens even na, mensen!

Populaire liedjes, samengevat voor idioten en kinderen

Fonetisch meezingen met Engelstalige nummers kan zware gevolgen hebben. Zo maak je je als volwassene belachelijk als je met een zelfgemaakt woord door de mand valt tijdens een spontaan zangmoment. Wat is die muzikaal zeg, denken mensen dan, maar erg snugger nu niet. Ik zou zelfs bijna dom zeggen. Ikzelf verlies onmiddelijk respect voor iemand die doelloos meebrabbelt. Ik stel geen zware eisen aan mijn omgeving maar ze moeten tenminste een beetje research gedaan hebben alvorens het in mijn buurt op een potje idioot zingen te slaan. Heb wat zelfcontrole, in godsnaam.

Kinderen die fout meezingen zijn bijna even irritant, maar hebben vanwege hun niet-Engelse talenkunde nog een vrijkaart.

Ingeruild voor hun waardigheid.
Ingeruild voor hun waardigheid.

Misschien maar goed ook. Want de meeste liedjes gaan zoals iedereen weet over seks, liefde en drugs. De kinderen hebben het niet geweten, en komen er pas later achter waarover hun favoriete nummers écht gaan. Voor hen, en bovenvermelde idioten, een korte samenvatting van enkele bekende nummers:

Bill Withers – ‘Use me’: Bill Withers’ lief is niet zo tof, maar hij vindt seks met haar leuk dus da’s dan okee.

Michael Jackson – ‘Beat it’: Michael Jackson ontdekte een double entendre!

Michael Jackson – ‘Bad’: Mickael Jackson moest zelf zeggen hoe slecht hij wel niet is (“really really bad” klinkt het op de achtergrond) anders geloofde niemand hem.

Alanis Morissette – ‘Ironic’: Alanis Morissette weet niet wat het verschil is tussen pech en ironie (zoals al eerder aangeklaagd).

Raymond van het Groenewoud – ‘Twee Meisjes’: Raymond schrijft een mooi en diepzinnig lied over hoe hij een vieze gluurder is.

Lauryn Hill: ‘Doo Wop (That Thing)’: “That thing” = seks.

Shania Twain – ‘That don’t impress me much’: Shania gaat alleen en eenzaam oud worden.

Ricky Martin – ‘Livin’ la Vida Loca’: Ricky vertelt over een bloedhete maar geschifte griet die hem steeds ontglipt (alsof hem dat iets uitmaakte).

Weather Girls – ‘It’s raining men’: die Weather Girls zijn hetero en botergeil. We verheugen ons mee.

Britney Spears – ‘… One more time’: “hit me” wil blijkbaar iets goeds zeggen.

Spice Girls – ‘Wannabe’: seks met iedereen die met onze vrienden overeenkomt, is iets heel moois en langdurig.

Shaggy – ‘Mr. Boombastic’: Shaggy zegt van zichzelf dat ie goed is in bed.

TLC – ‘Waterfalls’: het leven op straat is verschrikkelijk en deze boodschap verpakken we in een prachtig klinkende song.

Red Hot Chili Peppers – ‘Under the Bridge’: heroïne nemen is slecht en gebeurt al eens onder een brug.

Nina Simone – ‘See-Line Woman: de vrouw in kwestie is een prostituée. Een verdomd goeie prostituée.

Ricky James – ‘Superfreak’: Rick is blij want hij vond eindelijk een griet die wierrook en kaarsen brandt in haar kamer en ook wijn drinkt. En dat is sexy.

MC Hammer – ‘U can’t touch this’: MC Hammer zegt van zichzelf dat ie geweldig is (en gaat daarna failliet).

Nirvana: ‘Smells like Teen Spirit’: Kurt Cobain wist het zelf niet, laat staan dat we er nu nog achterkomen. Waarschijnlijk drugs.

Ini Kamoze – ‘Here Comes the Hotstepper’: een misdadiger is op de vlucht voor de politie.

Harry Chapin – ‘Cats in the Cradle’: een vader is er niet voor zijn zoon en daarna omgekeerd. (waarschuwing: bij het écht beluisteren van deze tekst verlies je een stuk van je ziel)

Ziezo, alweer een hoop mooie herinneringen bevuild. Volgende keer meer!

4 ‘superfoods’ die niemand zou mogen lusten

Er bestaat een type mens. Een bepaald type mens, je kent er vast een. Soms hoor je ze van ver wauwelen. Soms van te dichtbij: op familiefeesten, in vriendenkringen, tijdens de kantooruren. Deze types wauwelen graag ongevraagd over iets waar ze zelfverklaarde experts in zijn: de menselijke gezondheid. Niet gehinderd door het ontbreken van een diploma in – zeg maar – geneeskunde, weten zij wat volgens nieuwste studies in Het Laatste Nieuws nu werkelijk kanker veroorzaakt, of toch waarschijnlijk. Waag het niet op een frietje te knabbelen want zout is de duivel en je zal het geweten hebben. Of was het nu suiker? Het verandert elk jaar – anders zullen we ineens maar alle smaken verbannen?

Havermout. Voor. Iedereen!
Havermout. Voor. Iedereen!

Er zijn ook etenswaren die zij met volle passie aanraden en liefst nog met een trechter je maag in zouden rammen. Die spijzen veroorzaken het tegenovergestelde van kanker, namelijk kapsones. Ik bedoel een gezond leven. Zij kunnen het weten: het zijn dokters in het diepst van hun zelfingenomenheid, alleen efficiënter: geen zeven jaar nutteloos studeren voor hen! Zij lazen een boek! Van een goeroe! En op vijf uur tijd waren ze gekwalificeerd om jou te helpen. Zodat je lang en saai kan leven.

Als je denkt er eentje te herkennen, blijf dan rustig en praat vooral niet over eten. Deze ‘experts’ ratelen bij de minste aanleiding hele lijstjes af van negatieve en positieve koolhydraten, goeie proteïnen, slechte combinaties en komen uit op de meest antioxidantste en de superste der foods. Enkele daarvan at je al. Andere daarvan kende je niet, tot hun grote vermaak en medelijden. Nog andere zijn in de wereld geplant als wrede moppen van God die vond dat gezondheid met een prijs moest komen: die van de kokhals. Al zullen ‘experts’ dat nooit toegeven. Te vaak heb ik hen schaamteloos zien vreten van walgelijk voer als:

1. Quinoa

Ik weet nog heel goed wanneer ik voor het eerst (en laatst) quinoa proefde: op een noodlottige dinsdag, voorts gekenmerkt door honger. Quinoa is een rijstachtig zaad uit Zuid-Amerika, waar het had moeten blijven. Deze zaden smaken naar een bitter verloren leven dat nooit enige geneugte of plezier heeft gekend. Terwijl ik de zaadjes maalde tussen mijn kiezen, vergat ik alles wat ooit lekker was. Ik vergat pure boter, frieten met stoofvlees, tikka massala, spaghetti bolognaise, manchego met kappertjes, visschotels met puree, sushi met zalmeitjes, lentesalades, geitenkaas met honing, pizza caprese van Testa Rossi, taboulé, feta, cheddar, broccolisoep, huisgemaakte garnaalkroketten en méér. Zoveel meer.

Et tu, kerstomaat?
Et tu, kerstomaat?

Ik kon enkel nog die verdomde quinoa beleven. De situatie duurde enkele uren. Het was de ergste dag van mijn leven, en ik was ooit in India.

2. Bieten

Lees dit goed – desnoods tweemaal – want ik ga het nog maar enkele keren herhalen: rode bieten smaken naar hetgeen waaruit ze gesleurd werden bij de oogst: aarde. Aarde. En niet de machtige aarde die je terugvindt in whisky, witte truffels of champignons. Neen, dit is de ik-ben-met-open-mond-van-mijn-fiets-gevallen-in-het-bos-tijdens-de-herfst soort aarde. Grond. Met toetsen van wormen en mos, verlaten vogelnesten en dooie kikkers. Zo smaakt een biet.

Het léf om hier rucola bij te betrekken.
Het léf om hier rucola in te betrekken.

Kruiden, garnituren, stomen noch grillen zal dit feit veranderen. Namelijk dat je grond eet. Stop met liegen.

3. Zwarte bonen

De kameleon onder de peulvruchten. Puur smaken deze zwarte parels naar… niets. Naar het pappige niets. Ze smaken nog minder naar iets dan kikkererwten. Je bakt ze in olie en ze smaken naar pappige olie. Je eet ze bij je tortilla en ze smaken naar nog pappigere guacamole. Je doet ze in je slaatje en dat slaatje wordt pappig.

Al ben ik de laatste om hierin te overdrijven.
Ik bespeur een rode draad.

En omdat zwarte bonen meestal bereid worden met afgrijselijke ingrediënten zoals quinoa en bieten, verdienen ze zeker een plaats tussen deze gezonde maar weerzinwekkende spijzen.

4. Peren

Deze belachelijke vruchten kennen maar twee toestanden: melig met brokken of steenhard met buikpijn achteraf. Als je al eens een sappig peertje vindt dat niet uit mekaar valt, kan je best meteen even op de lotto spelen. Ook de vorm van de peer is weinig uitnodigend. Begin je vanboven? Aan het putje van die steel? Of ga je voluit voor de zijlingse beet, waardoor je een scheef en uitgerekt klokkenhuis creëert? Dat je – als je niet meteen een vuilbak vindt – moet balanceren op zijn harige droge anjer?

Netjes geairbrusht in elke foto van een peer ooit.
Netjes gephotoshopt uit elke foto van elke peer ooit.

En dan dat perenvel, dat als laatste tussen je tanden blijft knarsen en in je keel blijft steken. Maar als je de peer pelt, staan je vingerafdrukken in het natte (of droge) vlees geschreven en moet je je handen een kwartier lang wassen. Is dit alles de vitaminen waard? Ik zeg luidop neen, want iemand moet het doen.

Je kan deze vier gruwelijke etenswaren trouwens makkelijk vervangen door de patat. Dat gele goud, die eeuwige rots in de branding, die in geen enkele vorm kan teleurstellen. ‘Experts’ geloven niet in de patat. Koolhydraten, daar zijn ze geen fan van. Zij zijn bijgevolg ook geen fan van het leven.

Hopelijk worden ze morgen niet overreden door een bus, want dan was nu werkelijk alles voor niets!

Het jaar van Het Ei

2013 was het jaar van GAS-boetes die ons verstikten, klokkenluiders die wereldmachten verklikten en een van de grootste tropische stormen die we ooit gezien hebben – al lijkt dat laatste vreemd genoeg jaarlijks terug te keren. Helden op uiteenlopende vlakken Nelson Mandela, Roger Ebert, pdw en Lou Reed zijn er niet meer. Langs de andere kant kwamen de leden van Pussy Riot vrij, kregen we een nieuwe paus en de kerk daarmee een nieuw begin en kreeg België er een Nobelprijswinnaar bij.

Een status quo dus!

Wat er ook gebeurde, ik was er steeds als de kip bij om mijn ei te leggen. Ik benadruk graag dat ik niet boven flauwe woordspelingen sta en zal me er ook niet voor excuseren. En het heeft me geen windeieren gelegd (aanvaard het gewoon). Want ook Het Ei is nu een jaar verder – het enige voornemen dat ik heb waargemaakt naast “meer drinken, minder katers”.

Als jij nu denkt dat ik niet zelfgenoegzaam genoeg ben om voor die aangelegenheid een jaaroverzicht ter ere van mezelf te maken, hou je dan vast voor de verrassing van je leven want hier komt het populairste, het beste én het slechtste van Het Ei in 2013:

Het populairste (volgens de statistieken)

1. Over een vader die graag plaagde

2. Het meest beschamende moment van mijn leven*

3. Een ontmoeting met een voetfetisjist

4. Je hebt dus besloten om te stoppen met roken

5. Ode aan social media

Ik geloof niet dat het toeval is dat wanneer ik op mijn meest exhibitionistische ben, mijn leescijfers de hoogte ingaan. Dit is tenslotte het tijdperk van de reality shows. Hopelijk zal ik ook in 2014 de nieuwsgierigheid van het publiek kunnen blijven uitbuiten!

Het beste (volgens mezelf)

1. Over een vader die graag plaagde, omdat ik nooit gedacht had dat ik mijn vader zou kunnen samenvatten in een tekst. Laat staan een titel.

2. Het verschil tussen ironie en sarcasme, omdat ik nooit zal stoppen met strijden voor taalrechtvaardigheid.

3. De champieter kwiet, omdat ik niets liever doe, dan een stevig potje haten.

4. Zijn vrouwen nu grappig of niet?*, omdat ze het godverdomme zijn.

5. Kleine lettertjes en asterisken*, omdat het toch waar is verdorie.

Het slechtste (volgens mezelf)

1. De Dag van de Respectloosheid, omdat ik niet wist wat schrijven en slechtgehumeurd was.

2. Waarom vrouwen nooit kunnen winnen, omdat ik zelf niet meer lijk te snappen wat ik nu precies wil zeggen.

3. Een korte inleiding tot koeioneren, omdat sarcasme als schrijfvorm niet altijd de oplossing is.

4. De reeks Wat ik me zoal afvraag, omdat het lui is: ik verzamel gewoon wat ik me afvraag. Die foto van Jackie Chan hangt me eerlijk gezegd ook mijn voeten uit.

5. Afscheid nemen bestaat niet, omdat ik een kleinzielig verwend nest ben als ik niet even een babbeltje kan slaan.

Wat brengt 2014 voor Het Ei? Allereerst nog meer antwoorden op vragen die ik zelf stel. En zoals gezegd meer exhibitionisme maar ook meer ‘Wat ik me zoal afvraag’ (mijn voornemen is om mijn luiheid te aanvaarden), kleinzieligheid en zelfs recepten. Ja, recepten. Gewoon omdat ik het kan.

Dat wordt wat jongens!

Ik ging eens naar de Chippendales

Ik herinner me de eerste keer dat ik in levende lijve duizenden hondsgeile en hysterische leden van het vrouwelijk geslacht bij mekaar zag. Dat was in 1997. Ondanks mijn voorkeur voor echte bands als Garbage, Radiohead en Nirvana had ik me laten overtuigen om een optreden van de Backstreet Boys bij te wonen. Reeds toen was ik te goed voor deze wereld. De vijf mannen bestormden het podium, terwijl meerdere meisjes hetzelfde deden met mijn schoenen en goed humeur. Er werd geschreeuwd, gewanhoopt, gespuwd en gevochten om de aandacht van deze prachtkerels, die hun publiek beloonden met een presentatie over hun American way of life: propere rapmuziek, basketbal, stars en stripes, meerstemmig gezang en ontblote, glanzende basten. Erotiek voor beginners.

Een geestelijk gezonde volwassen vrouw heeft geen enkel excuus om nog naar een boyband te gaan kijken, dus opteert ze voor erotiek voor gevorderden: de Chippendales. En ik stond erbij en keek ernaar.

Naar hoe de geschiedenis zich herhaalde. We werden alweer om de oren geslagen met torenhoge Amerikaanse cliché’s waarbij geen jongensdroom werd geschuwd. Brandweermannen, agenten, soldaten en gitaristen zonder versterkers bleken onder hun makkelijk scheurbaar uniform allemaal dezelfde ingeoliede bundels huid, spieren en kont te zijn. Oordopjes waren welkom geweest, want als een man zijn buikspieren laat zien, moeten vrouwen blijkbaar collectief van “wooooooo!” gaan.

En
En van “ik had mijn waardigheid toch niet nodig!”

Maar ze waren meer dan bundels. Ze konden ook zingen, dansen en kermispraatjes maken als de besten. Of de tweede besten, anders stonden ze hier niet. We gunden hen toch een applaus want als een halfnaakte man zijn overige talenten laat zien, moeten vrouwen blijkbaar collectief van “waaaaaauw!” gaan. Ook al hadden we daar eigenlijk niet voor betaald.

Het bleek toch maar voorspel. Na de pauze namen deze mannen alle levende en niet levende objecten onder handen en heupen. Extatische vrouwen werden proactief gekust, betast en het podium opgejaagd. Zogenaamd droogneuken bleef daarbij niet uit. Zelfs de vloer kon niet ontsnappen aan het gepomp van gespierde lendenen. Plots verschenen bedden en vervolgens douches werden zodoende van hun onschuld beroofd. Doeken gingen druk open en dicht. De decorjongens – de echte helden van de show – hadden hun handen vol. Alleen al met alle witte marcellekes die in de naam van erotiek sneuvelden.

Strings, boxershorts en handdoeken vielen evengoed de ondertussen natte vloer op, terwijl de bundels meer dan eens hun achterwerk gretig schudden zonder zich evenwel om te draaien. Ontblote ‘kontjes’ zijn een belangrijk onderdeel van erotiek voor gevorderden volgens de Chippendales. Ontblote genitaliën vreemd genoeg niet. Dat zal meer in de lijn liggen van erotiek voor experts, vermoed ik.

De opgeheven hoofdletter

Onlangs nam ik me voor om niemand meer te verbeteren tijdens informele gesprekken. Geen “Jij heet zo, maar wordt zo genoemd!” meer, geen “Groter dan en even groot als!” en zeker geen “Het is efficiënt, niet éfficiënt!” meer. Dit om de simpele reden dat ik niet alleen wil sterven. Niemand houdt van een taalinspecteur, die je met zijn arrogante blik doet stamelen, twijfelen en stotteren bij de minste twijfel.

Waarom zou iedereen tenslotte altijd perfect Nederlands moeten praten? Kunnen we allemaal niet gewoon onbevangen met elkaar communiceren? Zolang we elkaar begrijpen, is het toch goed? Dit besef is een stap vooruit, hoezeer het me ook kwelt om te zwijgen bij overduidelijke fouten in een gesprek. Moei je met je eigen zaken jij taalfascist, denk ik dan bij mezelf. Waarna ik mezelf een schouderklopje geef voor mijn groot, warm hart.

Maar taalfascisme roei je niet zomaar uit.

Een tekst heeft niet de spontaniteit van een gesprek. Er bestaan geen tekstuele flapuiten. Een lapsus overkomt een pen niet. Daarom zal ik spelfouten en vooral het ontbreken van hoofdletters nooit tolereren. Zonder hoofdletters schrijven is walgelijk. Ik vertel je graag even waarom.

Elke persoon die iets schrijft, leest zijn tekst na. Een keer of vijf. Af en toe ontbreekt er allicht ergens een hoofdletter, omdat je snel die sublieme zin wou vereeuwigen. Je klikt dus op de kleine letter en dan op ‘backspace’. Dan druk je ‘shift’ en tegelijk op de letter. Die is nu groot. Opgelost.

Wanneer je bij het nalezen alle fouten verbetert maar toch het ontbreken van hoofdletters in ere laat, kan ik alleen maar concluderen dat dat expres is. Je hebt expres geen hoofdletters gebruikt. Vanaf het eerste leerjaar moest het en nu weiger je. Je weigert!

Hoofdletter

Is het fijn vertoeven daar, in je ivoren toren? Gelden de wetten van de taal daar niet voor jou? Vind je jezelf wel heel wat nu en nog rebels ook? Door een nieuwe regel te maken en hem consequent te volgen en dan te denken dat dat niet ironisch is? Zullen we allemaal jouw voorbeeld volgen en gewoon schrijven hoe we willen? Waarom verwisselen we niet ineens punten met komma’s? Trema’s met liggende streepjes? Of we gooien het hele verdomde dt-systeem gewoon uit het raam! Ga je dan ineens netjes schrijven om toch maar anders te zijn? Waarschijnlijk!

Dan ga ik nu even diep in- en uitademen in een papieren zak. Dankjewel voor je aandacht.

Je hebt dus besloten om te stoppen met roken

Niet panikeren. Haal diep adem en beeld je in dat die frisse lucht sigarettenrook is. Vies, hé?

Of nee, juist heerlijk. Rook die je longen vult is heerlijk. Het dunne zwarte laagje diep in je binnenkant is als een warm deken van troost in tijden van tristesse. Jij en je sigaret kunnen de wereld aan. Dat kunnen jullie al jaren.

Samen doorstonden jullie wenkbrauwgefrons van anderen die het niet snapten. Mensen die je aanspraken op straat, om jou te waarschuwen dat je sigaret niet het beste met je voorhad. Je sigaret sprak hen tegen en je geloofde enkel hem want hij oordeelde tenminste niet. Hij zei helemaal niets om je overstuur te maken. Stil was hij, toen een kuch uitdraaide op een diepe hoest die maandenlang aansleepte. Stil was hij, toen je buiten adem was na een korte spurt op de trappen. En heel stil, telkens het woord “longkanker” viel.

Hij fluisterde je wel bemoedigende woorden toe na de koffie, in de auto, aan de telefoon, op een terrasje, na het eten, bij een glaasje, na een inspanning en tijdens stress. “Gaat regen je nu echt tegenhouden om buiten te gaan staan?”, “Is de winkel nu echt zo ver?”, “Heb je nu echt geen paar euro’s te veel? Per dag?” en “In oude films ziet het er zo cool uit”. Die woorden gaven je kracht. Je sigaret gaf je kracht. En tijd om te doden tussen je leven door.

Maar je wilt geen tijd meer doden. Je ziet nu zijn verraad en je bent te oud en te slim om een giftige vriendschap te onderhouden. Dus zeg je tegen iedereen dat je stopt, zodat je wel moet doorzetten. Zelfs onder het geschreeuw van je afgewezen sigaret die dit niet zomaar pikt. Maar het is hij of jij, die uitdooft.

Je legt je er ten slotte bij neer dat je niet meer cool gaat zijn, zoals personages in oude films. Ach, zo cool was je toch al niet.

Een korte schets van alle oude blanke mannen ooit

De wereld staat niet stil. Dat doen enkel oude blanke mannen. Zij staan. Voor iets, bijvoorbeeld het credo dat welbepaalde Europeanen niet deugen. Of naast iets, bijvoorbeeld een bouwwerf. Om in de gaten te houden of die dekselse Europeanen geen bakstenen pikken.

Soms staan ze aan de kant van de weg, liefst niet aan een zebrapad. Dan turen ze in auto’s die voorbij rijden. Tuur niet terug! Dat vinden ze niet fijn. Hou ook nooit halt om hen te laten oversteken, anders vragen ze of je zwakzinnig bent, of zot of wa. Ze tikken dan guitig met hun wijsvinger tegen hun slaap. 1-0 voor de bejaarden.

Ze helpen je wel graag parkeren. Maar wáág het niet hen te bedanken. Dit is wat ze doen.

Meestal kijken ze kwaad en intens, net als hun held Clint Eastwood. Die kan pas een stevig potje kwaad kijken. En ze kijken zelfs kwaad wanneer ze het niet zijn. Zoals wanneer ze hun groenten wegen in de Delhaize of een restaurant vinden dat om 17u een goedkoop avondmaal serveert.

De schrik van Lunch Garden
De schrik van de Lunch Garden

Blanke oude mannen zijn de broze ruggengraat van België. En er is zelfs hoop op meer. Laatst reed ik rond in Brussel en zag ik een oude man staan, op het eerste zicht van Noord-Afrikaanse afkomst. Hij keek me kwaad aan en weigerde over te steken ondanks mijn drukke gebaren. Een gevoel van opluchting overviel me: dan zeggen ze dat inburgering een lachertje is. Voor oude mannen is niets een lachertje. Buiten jouw postuur. Hippie.