De 5 soorten mensen die je dwingen om grof te zijn

Vriendelijk zijn is een reeks van gekende afspraken. Als iemand “ca va?” zegt, zeg je “ca va” terug. Zegt iemand “nee”, dan zeg jij “okee niet dan!“. En als iemand vraagt of er ook deca is, dan zeg je dat dat geen echte koffie is en er geen plaats is in je huis voor fakers. Dat is niet moeilijk.

Sommige mensen spelen het spel echter niet mee! Ik heb het niet over psychopaten, maar over mensen die geen benul hebben van sociale voorzetjes. Sta je daar met je afspraken. Dit zijn de mensen die maar druk blijven zichzelf te zijn ten koste van jou – en ze moeten worden gestopt:

  1. De doorvragers
    Mensen delen in principe wat ze willen delen. Ik deel bijvoorbeeld nogal wat. Delers zijn graag geziene gasten op allerhande gelegenheden. Informatie delen is je eigen keuze, is hier mijn punt. Wanneer iemand in een gesprek dus stopt met spreken of niet meer antwoordt, heeft het geen zin om door te vragen. Vooral als die persoon begint te stotteren, z’n nek openkrabt of zwetend naar de grond kijkt. Sociale voorzetjes.
    “Maar wanneer gaan jullie dan aan kinderen beginnen?” – “BLIJF MET JE SNUIT UIT MIJN EIERSTOKKEN”
  2. De rondhangers
    In mijn (okee, ons) huis is iedereen welkom. Maar zoals ik al eerder aanhaalde, staat op alles een einddatum. Tenzij dus is afgesproken dat je blijft slapen, zal je moeten vertrekken. Dat gebeurt als het moet na een sociale voorzet. Zoals een “ahum” of lang gestaar. Als het écht moet dan wordt dat een “ERUIT”.
  3. De persoonlijke ruimte-vreters:
    Bepaalde plekken op mijn lijf zijn ondanks hun niet-genitale ligging tòch onaanraakbaar. Schouders, voeten, ribben, vingertoppen en de 20 cm lucht rondom mijn hoofd. Daar blijf je best van weg, zeker met je eigen hoofd. Sommige mensen vinden zichzelf echter excentriek genoeg om het er toch op te wagen. Sommige mensen riskeren een elleboog in hun middenrif.
  4. De aandringers
    Ik ben 33 nu en één van de belangrijkste dingen die ik heb geleerd in mijn leven, is perfect kunnen inschatten wat ik tof vind. Goed, hé? Wanneer iemand me dus iets voorstelt, kan ik meteen een doordacht antwoord formuleren. Dat is een “ja” of “nee”, als ik me bijzonder zelfzeker voel. Indien niet, zal dat een sociale voorzet in de vorm van een vriendelijke nee zijn, zoals “Hmmm beter niet” of “Goh daar moet ik toch over nadenken”. Aandringers ruiken m’n twijfel en beginnen hun ding te doen: aandringen. Zelfs als ik niet twijfelde. “Kom af!”, “Neem een koffie!”, “Ga vanavond mee!” – “NEE NEE IK WIL NIKS VAN DAT LEUKS”
  5. De snap-je mensen (SPOILER: JE SNAPT HET NIET)
    Mopjes onder ons zijn allemaal goed en wel, maar die moeten van twee kanten komen (en grappig zijn). En ik ben het eerlijk gezegd moe om te lachen met ‘inside jokes’ die me worden opgedrongen en totaal geen steek houden. Aangemoedigd door mijn apathische blik, gaan de snap-je mensen nog verder: “Gelijk een dozijn doofstomme panda’s met honderd kilo bamboe hè hè hè?” -“KIJK IK KAN NIET MEEGAAN IN JE STOMME MOP”

Ben ik hiermee al mijn vrienden en kennissen kwijt? Ontdek het binnenkort, in een tweede artikel genaamd ‘Zal er iemand op mijn begrafenis komen opdagen?‘. Tot schrijfs!

Je weet pas wie je bent, als je al ooit je paswoord bent vergeten

paswoord

Je beseft het niet meteen, dat is het mooie. Je blijft optimistisch. Je lacht naar je scherm! Naar die rode melding. Och, m’n hoofdletters staan misschien nog aan, denk je naïef. Na de tweede rode zin begin je heftig te fronsen.

Wat was dat paswoord ook alweer? Ik zal het je vertellen: een opeenvolging van tekens die je ooit in de rapte hebt verzonnen omdat je aan de slag wilde. En je hebt er nu het raden naar, wat er destijds in je omging. Seks, waarschijnlijk.

Toch blijkt je paswoord ook niet “Ikwilhetnuuu” te zijn. Noch “Hoegroterhoeliever!1”. Het kan dus letterlijk alles zijn en je mag maar vier keer proberen want anders bellen ze de politie en moet je naar’t gevang.

Dan maar klikken op het zinnetje onder die rode melding: “Ik ben mijn paswoord vergeten”. Het is een vernederende toegeving: “Ik weet niet hoe te volwassenen”. Dan moet je voor de veiligheid je gsm nummer geven. En je geboortedatum. En welk huisdier je als kind had. En de resultaten van je laatste endoscopie.

Veiligheid. Tussen haakjes. Als hackers willen hacken, dan hacken ze. Hackers. Die hacken. We hebben allemaal een job, we snappen de ijver. Maar ondertussen zijn we een halfuur verder en hebben we nog geen nieuwe broek gekocht.

Dan mag je eindelijk je nieuwe paswoord ingeven via een code die je in je mailbox krijgt, waarvan je het paswoord ook niet meer weet. De code en de link daarvoor sturen ze naar je gsm. We zijn vertrokken. Ligt je gsm nog in je auto want op tafel ligt ie niet? Ah, hebbes! Argh, de batterij is op. Waar is die oplader? Welwel, daar. We zijn goed bezig – wacht wat was de pincode weer? Juist, je geboortejaar. En hoera, je hebt de ene code en de link! En die andere code in je mailbox!

Prima, nieuw paswoord ingeven! Wat zullen we verzinnen? O, je naam! Die vergeet je nooit. Oei, er moeten ook cijfers en tekens inzitten. In orde, je naam dus en een “1” en een “!”. Petat!

“U mag uw oude paswoord niet opnieuw gebruiken.”

Soms moet een mens gewoon eens heel hard in de spiegel schreeuwen.

4 redenen waarom ‘gezonde’ varianten van lekkere dingen een leugen zijn

Lemon-Water

Vele mensen kijken uit met wat ze in hun mond steken: ze zijn allergisch, ze willen spieren kweken of vet verliezen of zijn simpelweg verwaand. Ze verkiezen de ‘gezonde varianten’ van alles wat wij, gewone mensen, lekker vinden.

Maar hun o zo gezonde varianten zijn een leugen: ze kunnen nooit tippen aan het origineel en tegelijk kunnen ze nooit hun eigen ding doen. Ze zijn als het minder succesvol kind van een legende. Terwijl Sean Lennon best wat talent in huis heeft.

Ik pleit dus voor een autonomie van deze afkooksels, zodat we allemaal zelf kunnen kiezen zonder verblind te zijn door het origineel. Want uiteindelijk:

1. De variant is het product niet meer

Weet jij wat melk is? Ik zal het je vertellen. Het is hetgeen uit de tepel van een zoogdier wordt gezogen (vandààr de naam) door haar baby. En om één of andere reden heeft een vroegere mens beslist dat wij vanaf dan de melk van andere dieren zouden drinken. Dàt, is melk.

Alles wat wordt gepuurd uit planten, eiwitten en noten is geen melk. Planten, eiwitten en noten hebben geen tepels. Toch noemen we alles maar “alternatieve melk” omdat het gezond klinkt want zonder lactose. Melk is echter melk en wit sap van noten is wit sap van noten. Zonder tepels.

2. De smaak is helemaal anders

Hoe zou je ook ooit dezelfde smaak kunnen bereiken? De heerlijkheid van een product is te wijten aan datgene dat je wil vervangen. Goed, ik ga het hier gewoon zeggen: Cola Light smaakt niet naar Cola, het smaakt naar aspartaam en bubbels. Cola Zero heeft hoegenaamd niet dezelfde flavor en toch nul calorieën. Cola Life is nutteloos en flauw.

Het is Cola dat we willen. Cola is heerlijk want bomvol suiker. Cola smaakt naar Cola. We willen Cola, is wat ik probeer te zeggen.

3. Is het echt zo gezond, dan?

Er bestaat schuimwijn zonder alcohol. Schuimwijn dus, dat z’n smaak krijgt van voorgemelde alcohol. Ik zal je even over het nut hiervan laten nadenken.

In orde, naast het feit dat die zoete alcoholvrije schuimwijn een absolute idiotie is, stel ik me de vraag of dit de gezonde variant is. Is alcohol niet beter dan suiker? Had alcohol geen ontsmettende functie? (ik ben dokter, noch diëtist) Ga dan een stapje verder en haal er ook de suiker uit. Ineens ook de smaakstoffen en wat krijg je? Water. Schol!

4. Het product verliest z’n nut

Net zoals je schuimwijn drinkt om zat te worden (we zijn hier onder ons), drink je koffie om energie te krijgen. Wat is daar mis mee? De oude stammen doen het ook! En blijkbaar geloven mensen tegenwoordig dat als oude stammen iets doen, het juist is.

Déca “koffie” *huiver* is niets meer dan heet, bitter, zwart water. Nu nog een klontje aspartaam en een wolkje wit notensap en je zal nooit meer doodgaan. Maar wel voor altijd wenen. Hoera!

17 dingen die ik me als nieuwe mama zoal afvroeg/afvraag

IMG_6073Ondertussen ben ik meer dan een jaar lang moeder. In dat jaar heb ik de verleiding kunnen weerstaan om een tekst te schrijven over m’n baby of om een onnozel lijstje te maken over het ouderschap of over wat splinternieuwe mama’s zich vanaf de bevalling zoal afvragen. Tot nu dus:

Zal ik ooit weer in een zetel kunnen ploffen?

Is dit wat ze bedoelden met die “Geniet nog van de stilte”?

Als ik m’n baby langer dan een uur laat wenen, komt er dan een nuffige madame van ‘Kind en Gezin’ me arresteren?

Weet ‘Kind en Gezin’ wel héél zeker wat ze allemaal vertellen?

Is dit hoe ze de harde geluiden-foltermethode hebben bedacht?

En hoe ze de slaaptekort-foltermethode hebben bedacht?

Hoeveel verschillende soorten huiduitslag bestaan er eigenlijk?

En hoeveel verschillende soorten crèmekes en druppelkes?

Hoe rijk worden apothekers van nieuwe ouders?

Gaan m’n borsten juist groter of kleiner zijn, op het einde van deze malle rit?

En hoeveel mensen zullen zo in totaal mijn tepels hebben gezien?

Ga ik beste vrienden worden met de bejaarden die me zien wandelen met de buggy in m’n wijk?

Waarom geven mensen op straat me ongevraagd raad?

Waarom geven mensen zonder kinderen me ongevraagd raad?

Geldt kletsen geven aan een vreemde die z’n kop in m’n buggy steekt als wettelijke zelfverdediging?

Waarom zijn er overdag zoveel vreselijke realityprogramma’s rond vreselijke mensen?

Wanneer zal ik eens aan dat “opvoeden” beginnen?

Volgend jaar een lijstje over peuters, joepie!

De 5 beste small talkers volgens beroep

blah-blah-blah-day-764x382

Small talk is een stiel die je moet leren, zo weet ik sinds mijn tijd als barmeid. Voordien zei ik “Ja” en “Neen” en “Och zot”. Na drie jaar zaniken, was mijn repertoire uitgebouwd met pareltjes als “Dat is met dat weer hé”, “In China hebben ze ook bier en dat smaakt potverdikke nog niet slecht” en “Nee, chlamydia is een druiper, hepatitis is dat ene wat Pamela Anderson heeft”.

Barmensen zijn goeie small talkers: ze kennen de streek en iedereen die erin ronddwaalt. En wat die allemaal doen, wanneer ze denken dat niemand kijkt of luistert. Maar het blijft een niche small talk: die van het nachtleven. De allerbeste small talkers, die werkelijk over àlles iets en niets te zeveren hebben, staan hieronder opgelijst van sterk naar sterker. Handig voor als je je eenzaam voelt. Of misschien hou je niet van small talk, in dat geval negeer je best volgende mensen:

5. Taxichauffeurs
Taxichauffeurs zaniken een eind weg als ze eenmaal vertrokken zijn. Ze zetten het slot op, maken een omweg en vertellen je over die keer dat ze een Afrikaanse bruidspartij moesten vervoeren.

Meest gezegde zin: “Ik heb ooit nog Céline Dion vervoerd en die zag mij keihard zitten.”

4. Poetshulpen
Net als een taxichauffeur, is een poetshulp een nogal eenzaam beroep, waarbij je toch alles en iedereen tegenkomt. Geen wonder dat ze af en toe moeten ontladen – interessant als jij dan toevallig in de buurt bent en alles wilde weten over de baby van hun neef.

Meest gezegde zin: “Nooit spaghetti eten als je een witte bloes aanhebt!”

3. Verplegers
Een verpleger kan je niet schokken. Wat jij op dit moment meemaakt is niets voor hen. Het zijn mensen die al alle mogelijke massa’s uit alle mogelijke holtes hebben zien druipen, kruipen en schieten. Als je daar geen gevoel van humor en small talk door krijgt, weet ik het ook niet. Laatst ontmoette ik een verpleger die helemaal niets zei terwijl ze m’n bloed trok en ik dacht dat ik in een parallel universum terechtgekomen was.

Meest gezegde zin: “Wie is er flink? Wie is er flink!” (ik zie vooral kinderverplegers)

2. Apothekers
Ook apothekers kennen geen grenzen van verbaal fatsoen: het lichaam is voor hen slechts een object dat weleens hapert en dan gefikst moet worden. Op alle mogelijke vlakken. Daarbij komt dan nog eens het commerciële aspect en je zit met een halfuur vrolijk gekeuvel over je organen.

Meest gezegde zin: “Hoe is het nog met je constipatie?”

1. Politieagenten
Een small talker van heb ik je daar: de gecombineerde kracht van taxichauffeurs, poetshulpen, verplegers en apothekers, die op de koop toe dagelijks mensen zien die geen zier om de wet geven. Al eens gezeverd met een agent? Doen! Gewoon niet over drugs beginnen, die mannen kunnen daar niet mee lachen.

Meest gezegde zin: “Neen mevrouw, u mag m’n matrak niet eens heel even vasthouden.”

Ter verdediging van kale mannen en hun geile halve kapsels

Jason Statham 3

Op een dag besloot een kalende man om z’n haar helemaal af te scheren. Alles of niets!, dacht ie. En: zo zal iedereen denken dat het mijn eigen keuze was om eruit te zien als een neonazi! En: uiteindelijk zouden alle rassen inderdaad apart moeten leven!

Jack Nicholson

Zo liep hij dan rond, in de winter met een muts en in de zomer met een pet. Tussenseizoenen waren genoeglijk. Andere kalende mannen zagen het en wilden dit ook. Het halve kapsel was toch maar voor snobbige acteurs vanuit de jaren ’80 en ze zouden hun totale gladheid eventueel kunnen compenseren met een baard of een stevig borsttapijt dat tiert uit een te lage mannendécolleté.

Botton 940411 01
Alain de Botton, Schriftsteller, 11.04.94, Frankfurt, © copyright by Anna Meuer

Nu zitten we opgescheept met een hoop mannen die uit de toekomst lijken te komen of van een andere planeet. Terwijl het halve kapsel hen stààt. Net zoals het Zinédine Zidane, Larry David, Alain de Botton, Bernie Sanders, Jack Nicholson of Jason fucking Statham stààt. En mensen geilen op die kerels. Ja, ook op Bernie. Ondertussen geilt niemand op George Lucas.

George Lucas

En die heeft de stevigste coiff ooit op z’n kop. Word wakker, mensen!

Waarom een jobtitel geen vrouwelijke versie nodig heeft

Feminists
Feminist of feministe: wat maakt het eigenlijk uit?

In onze rijke en vaak beschamende westerse geschiedenis is er dikwijls gestreden, en dan vooral door de minderheden voor hun rechten, tegen het oude blanke mannelijke establishment (want we leven nu eenmaal in een Disneyfilm). Vreemd genoeg ook door de ‘minderheid’ vrouwen, die, in feite, de meerderheid van de wereldbevolking zijn. Elke periode van hun strijd bracht een uitdaging met zich mee, zoals de uitdaging om dezelfde job te krijgen als mannen: directeur, dokter, advocaat, leraar. Een uitdaging die mannen nooit moesten aangaan want piemel, maar eentje die vrouwen intussen wel hebben waargemaakt.

Jammer genoeg is er iets scheefgelopen in die wissel. Op taalniveau zelfs. Mannen wisten immers niet hoe ze die vreemde werkende mensen nu in hemelsnaam moesten benoemen. Gelukkig vonden ze een oplossing: vrouwen werden lekker geen directeur, dokter, advocaat of leraar, maar wel directrice, dokteres, advocate of lerares.

Vraagje. Is een job, beoefend door een vrouw, de job zelf – of de job plus het vrouw-zijn? Of is het gewoon … de job? Of de vrouwelijke versie van de job? De job plus tieten? De job plus tampons kopen? De job plus geilen op ‘kontjes’? De job plus hoge hakken dragen en er dan over klagen?

Moet je überhaupt weten of de job wordt beoefend door een man of een vrouw? Is dit relevant? Wanneer een persoon de job heeft, wil dat dan niet impliciet (of zelfs expliciet) zeggen dat deze persoon bekwaam is?

Verdomme, doen vrouwen nu dezelfde job of niet?

Ik dacht het toch even wel, ja. Daarom: als vrouwen dezelfde job doen als mannen, moet daar ook dezelfde jobtitel voor bestaan. Want dus we doen dezelfde job.

Nu nog hetzelfde loon.